Vandaag, 10 oktober = 20 tisjri
Soekot
 6

Vandaag is het de zesde dag van Soekot. In Jezus’ dagen gebeurde er elke dag van Soekot in en rond de tempel iets bijzonders, waar het Oude Testament niet over spreekt, maar waar Jezus wel bij aansluit…

  • Water en vuur
  • Jezus en Soekot
  • Twee vragen om over na te denken
  • Extra: Kerstfeest op Soekot?

Water en vuur

Soekot valt in de tijd dat het in Israël weer kan gaan regenen. Normaliter gebeurt dat de hele zomer niet. Vanaf Pesach (in het voorjaar) wordt in het Achttiengebed gezegd: ‘Gezegend Hij (…) die de dauw doet neerdalen.’ Na Soekot wordt dit: ‘die de winden doet keren en de regen doet neerdalen’. Natuurlijk is het dan heel belangrijk dat er in de winter genoeg regen valt.

In de tijd dat de tempel nog bestond, was er elke dag van Soekot een ceremonie die op het water betrekking had. De Misjna (oudste deel van de Talmoed, waarin – rond 200 na Chr. – veel oudere tradities zijn vastgelegd) vertelt dat bij het aanbreken van de dag een groep Levieten en priesters met een gouden kruik naar de vijver van Siloam ging om daar water te scheppen. Daarmee trokken ze door de Waterpoort (waar dan op de sjofar geblazen werd, tekia-teroea-tekia). Vervolgens gingen ze naar het altaar, waar het water werd uitgegoten in een speciaal bekken.

In de nacht, nog voor het water-scheppen, werd een voorbereidend feest gevierd, dat in het teken stond van Jesaja 12:3:

U zult met vreugde water scheppen
uit de bronnen van het heil.

In de voorhof van de tempel werden enorme lampen geplaatst, met gouden reservoirs met vele liters olie. Afgedragen priesterkleding werd als lont gebruikt. De hele tempel baadde in het licht, en ook alle voorhoven (van mannen, vrouwen en heidenen). Een orkest van Levieten met fluiten, trompetten, harpen en cymbalen maakte muziek. Er werd gedanst. Er wordt ook verteld hoe rabbi’s in een heilige, extatische vreugde dansten en kunsten vertoonden. Rabbi Simon Ben Gamaliël jongleerde met acht brandende toortsen. De rabbijnen hebben gezegd dat wie nooit de vreugde heeft gezien van bij het water-scheppen, niet weet wat vreugde is.

Jezus en het Loofhuttenfeest

Natuurlijk vierde Jezus elk jaar het Loofhuttenfeest. We weten er echter weinig van hoe Hij dit deed. In het Evangelie naar Johannes vinden we wel woorden die Jezus sprak bij het laatste Loofhuttenfeest tijdens zijn leven op aarde.

Johannes 7 vertelt dat, toen het Loofhuttenfeest eraan kwam, Jezus’ broers Hem aanspoorden om naar Jeruzalem te gaan en zich daar te presenteren. Jezus zei: ‘Ik ga nog niet naar dit feest, want Mijn tijd is nog niet vervuld.’ Zijn broers gingen. Even later ging Jezus toch ook. Halverwege het feest gaf Hij onderwijs in de tempel.

Dan komen woorden die heel bekend geworden zijn (Joh. 7:37-38):

En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep:
Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken.
Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt:
Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.

Deze woorden zijn sprekend tegen de achtergrond van de ceremonie van het water-scheppen. Jezus sluit daarbij aan. Hij roept te midden van alle vreugde die daarbij hoort: bij Mij moet je zijn voor water dat jouw dorst zal lessen en een overvloedige bron in jouw leven zal worden!

In Johannes 8 (vers 12) staat nog zo’n heel bekende oproep:

Jezus dan sprak opnieuw tot hen en zei:
Ik ben het Licht der wereld;
wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen,
maar zal het licht van het leven hebben.

Dat heeft nog op of kort na het Loofhuttenfeest geklonken. Bij wijze van spreken valt daarover nog het licht van de kandelaren waarover ik hierboven sprak, en waarbij een verband te leggen is met de wolk- en vuurkolom die tijdens de woestijnreis het volk Israël voorging (Num. 9:15-23).

 

Om over na te denken
  • De vreugde tijdens Soekot was – in het bijzonder bij het water-scheppen – heel uitbundig. Ook nu kun je getroffen worden door hoe in het Jodendom vreugde wordt beleefd en geuit. In de kerk vind je dat vaak niet op die manier terug. Een gemis? Of zit het hem daar niet in, ‘het gaat toch om de ínnerlijke vreugde’? Of zitten wij als Nederlanders toch anders in elkaar?
  • Is het belangrijk om als achtergrond van het Nieuwe Testament ook het Jodendom van die dagen te kennen? Wat kan dat toevoegen?

 

Kerstfeest op Soekot?

Er is met recht gezegd dat 25 december wel niet echt Jezus’ geboortedag geweest zal zijn. Het is natuurlijk wel de tijd dat het op z’n donkerst is en de dagen weer langer en lichter gaan worden. Daarom werd op dat moment het heidense feest van de onoverwinnelijke zon gevierd. Dat werd naderhand christelijk ‘omgedoopt’ tot het kerstfeest – niet meer een feest van de zonnegod, maar van Jezus Christus als ‘de Zon der gerechtigheid’.

Er wordt wel betoogd dat we eerder aan het Loofhuttenfeest moeten denken als tijd van Jezus’ geboorte. Het is hier niet de plaats om daar diep op in te gaan. Het is wel zo dat dan Johannes 1:14 bijzonder gaat spreken: ‘En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.’ Het heeft onder ons ‘getabernakeld’, ‘zijn tent opgeslagen’, zou je kunnen zeggen op grond van de Griekse term. Hij kwam onder ons wonen, en dan net als wij in ‘een aardse tent’. De kwetsbaarheid die beleefd wordt in de loofhut, daarin is Hij binnengegaan.

Ook krijgt als Jezus’ geboorte viel tijdens Soekot, ‘de tijd van onze vreugde’, het woord van de engelen nog meer klank: ‘Ik verkondig u grote blijdschap!’ (Luk. 2:10)