Vandaag, 11 oktober = 21 tisjri
Soekot
 7

Vandaag is het de zevende dag van Soekot. Een dag waarop nog veel meer dan op de andere dagen van dit feest het ‘Hosanna’ klinkt.

  • Groot Hosanna
  • Motieven van het Loofhuttenfeest in Openbaring
  • Twee vragen om over na te denken
  • Extra: Soekot en de volken en christenen en Soekot

Hosjana Raba

We zagen al (op 6 oktober) dat ‘Hosanna’ teruggaat op Hosjie’a na, red toch, geef toch heil. Het klinkt tijdens het reciteren van Psalm 118:

Och HEERE, breng toch heil;
och HEERE, geef toch voorspoed.
Gezegend wie komt in de Naam van de HEERE!
Wij zegenen u vanuit het huis van de HEERE.

Maar het Hosanna klinkt nog veel vaker in deze dagen. Ook bij gebeden die hosjanot (Hosanna’s) worden genoemd, en worden gezegd terwijl men met een loelav in handen een ommegang maakt rond de bima(verhoogd platform met de lessenaar waarop dan de Tora ligt).

Vandaag, op de zevende dag van Soekot, gebeurt dat zeven keer. Daarom heet de dag ‘Hosjana raba’: groot/veel Hosanna. Het is een hoogtepunt.

Deze gewoonte herinnert eraan dat – volgens de overlevering – in de tempel priesters op dezelfde manier ommegangen maakten, maar dan rond het altaar. Dat werd versierd met grote takken van de beekwilg. Aan het einde van de gebeden spraken de priesters de raadselachtige woorden: ‘De schoonheid is uwer, o altaar!’ Rashi legt uit: ‘Wij sieren u, omdat u voor ons verzoening brengt.’

Motieven van het Loofhuttenfeest in Openbaring

Als we nu naar Openbaring 7 luisteren, lijkt dit één groot Hosanna – al wordt er niet meer ‘Hosanna = geef heil’ geroepen, maar: ‘Het heil is van onze God en van het Lam!’ Let op wat gezegd wordt over palmtakken, een tent, levend water.

Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon,
uit alle naties, stammen, volken en talen,
stond vóór de troon en vóór het Lam,
bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand.
10 En zij riepen met een luide stem:
De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit,
en van het Lam!

Johannes krijgt als uitleg:

    14 … Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen;
en zij hebben hun gewaden gewassen
en ze hebben hun gewaden wit gemaakt
in het bloed van het Lam.
15 Daarom zijn zij vóór de troon van God,
en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel.
En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden.
16 Zij zullen geen honger of dorst meer hebben,
en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen.
17 Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden
en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

Tranen worden afgewist, het is nu een en al vreugde! Daarover horen we ook in hoofdstuk 21:

En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen:
Zie, de tent van God is bij de mensen
en Hij zal bij hen wonen,
en zij zullen Zijn volk zijn,
en God Zelf zal bij hen zijn
en hun God zijn.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen,
en de dood zal er niet meer zijn;
ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn.
Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

 

Om over na te denken
  • Eerder (op 4 oktober) noemde ik Soekot het ‘lest best’-feest. Kun je iets met die term? Op wat voor manier is het dat dan?
  • Kun je, na wat wij nu gezien hebben van het Loofhuttenfeest, je iets voorstellen van de toekomst als één groot hemels Loofhuttenfeest?

 

Soekot en de volken

In Zacharia 14 horen we dat de volkeren, die eerst tegen Jeruzalem oprukten (vers 2, 16), naar Jeruzalem zullen opgaan om het Loofhuttenfeest te vieren. Zacharia profeteert hoe de Here zal komen op de Olijfberg. Hij komt redding en heil brengen – en plagen bij de volkeren. Maar dan:

16 Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn op­gerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren. 17 Het zal geschieden dat er geen regen zal vallen op hem die uit de geslachten van de aarde niet zal opgaan naar Jeruzalem om zich voor de Koning, de HEERE van de legermachten, neer te buigen. 18 Als het geslacht van de Egyptenaren, waarop geen regen is gevallen, niet zal opgaan en komen, dan zal de plaag komen waarmee de HEERE de heiden­volken zal treffen die niet zullen optrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. 19 Dit zal de straf zijn voor de zonde van Egypte en de straf voor de zonde van alle heiden­volken die niet zullen opgaan om het Loofhuttenfeest te vieren.

Al decennialang komen niet-Joden uit vele volkeren naar Jeruzalem om het Loofhuttenfeest te vieren (zie feast.icej.org/about). Dat is niet om Zacharia 14 te vervullen – dat kunnen wij niet zelf. Maar het is als een soort voorsmaak, en voorproefje. Het is ook een statement van geloof dat het Messiaanse koninkrijk nabij is, en van hartelijke betrokkenheid met Israël. Je kunt van mening verschillen over (onderdelen van) de manier waarop men dat doet, maar er zit iets moois in het zich uitstrekken naar het heel bijzondere toekomstperspectief.

Christenen en het Loofhuttenfeest

Ik heb beloofd nog terug te komen op het feit dat er in de kerk van dit feest geen spoor is. Ik kan dat hier alleen maar heel kort doen, en wellicht te kort door de bocht.

Bij het meevieren (en, hoop ik, ook bij het meeleven door dit ‘dagboek’) komen er allerlei mooie en sprekende elementen naar voren en kun je zomaar ‘tot jaloersheid verwekt worden’ (om maar even de term te gebruiken die in Romeinen 10:19 en 11:11, 14 juist de andere kant op gericht is). En is het niet ook voor ons een Bijbels gebod?

Met die laatste vraag komt er meteen veel overhoop. Er zijn heel wat geboden die wij als christenen niet direct als ook voor ons geldig zien. Je kunt niet zomaar zeggen: dit móéten wij ook.

Wij hebben als kerk geen eigen vorm om het te vieren, zoals het Jodendom die wel ontwikkeld heeft, in een lange, eigen geschiedenis. Soms grijpen christenen dus maar naar die Joodse vorm – en vergrijpen ze zich daaraan. Zoals ook wel gedaan wordt met het Pesach-maal. Elementen uit de manier waarop Joden daaraan vorm geven spreken aan, en daarom neemt men dat graag over, of ‘pikt’ men onderdelen uit de Joodse manier van vieren, soms aangevuld met hoe wij het nu nog beter (kunnen) vieren (omdat het voor ons immers vervuld is). Dat kan met de beste bedoelingen gebeuren, en met liefde voor de Joden, maar ondertussen bij hen toch respectloos overkomen.

Er blijft een stuk verlegenheid. Wij missen nogal wat. Dat lossen we niet op door ‘Joods’ te gaan doen (min of meer op onze eigen manier).

Er is reden voor grondige bezinning op elementen als: dingen dóén (in plaats van alleen ge- en bedenken), beleving van vreugde, en ook (even verder terugdenkend aan ‘de geduchte dagen’) perioden en manieren van inkeer en bekering, en nog meer dat naar boven zal komen in het contact met Joden en het Jodendom.

Er is zeker ook reden om de relatie met het Joodse volk te zoeken en te onderhouden en binnen een goed contact mooie elementen uit hún traditie te leren kennen en op waarde schatten. Beter dan een eigen soeka te bouwen is het, te gast zijn in die van de synagoge…