Vandaag, 15 september = 24 elloel

We beginnen op de 24e van de Joodse maand elloel, die begon op 23 augustus. Heel de maand elloelstaat al in het teken van voorbereiding op Rosj Hasjana en Jom Kipoer en de dagen daartussen­in, samen ‘de tien geduchte dagen’. Het centrale thema voor deze dagen is ‘bekering’. Met sjofar en sliechot wordt de toon gezet.
Vandaag kijken we naar:

  • Sjofar
  • Sliechot
  • Veertigdagentijd
  • Elloel
  • Twee vragen om over na te denken
  • Extra: Psalm 27

Sjofar

Vanaf het begin van elloel klinkt elke morgen (behalve op sabbat) de bazuin (sjofar, ramshoorn), als een oproep tot inkeer. Het is een aanloop naar het Nieuwjaars­feest, dat ook wel het Feest van de Bazuinen genoemd wordt, of ‘de dag van het geschal’ (jom teroea).
Hiernaast een filmpje van het blazen op de ramshoorn bij de Kotel (de Westelijke Muur, ook wel ‘Klaagmuur’ genoemd). Je hoort de verschillende tonen. We komen nog meerdere keren terug op het blazen op de sjofar.

Sliechot

In elloel beginnen Joden ook de intense gebeden om vergeving (sliechot). Die gebeden worden ’s nachts gezegd. Een deel van de Joden doet dat de hele maand elloel. Een ander deel begint daarmee morgennacht – in de nacht na de sabbat die minstens vier dagen voor Rosj Hasjana valt.
Hiernaast een filmpje van het bidden van sliechot bij de Kotel. Het is daar in bepaalde nachten een massaal gebeuren. Ook op de sliechot komen we de komende dagen terug.

Veertigdagentijd

Elloel begint veertig dagen voor Grote Verzoendag. Zo komen we tot een bijzondere veertigdagentijd. Volgens de Joodse traditie valt die samen met de periode van de laatste keer dat Mozes veertig dagen op de Sinaï was. De eerste keer dat hij veertig dagen op de Sinaï was, kwam hij naar beneden met de Tien Woorden op twee stenen tafelen. Die brak hij in stukken toen hij zag hoe het volk het verbond al had verbroken door een gouden kalf te vereren. Daarna was hij nog eens veertig dagen op de Sinaï. Hij bad intens om vergeving voor het volk: Vergeef toch hun zonden! ‘Maar indien niet, schrap mij alstublieft uit Uw boek, dat U geschreven hebt. Toen zei de HEERE tegen Mozes: Wie tegen Mij zondigt, zal Ik uit Mijn boek schrappen’ (Ex. 32:32-33). God open­baarde zich aan Mozes met wat Israël noemt ‘de dertien eigenschappen’ (Ex. 34:6v; op ‘Gods boek’ en ‘de dertien eigenschappen’ komen we later terug). Na die laatste veertig dagen kwam Mozes terug met nieuwe stenen tafelen. Volgens de Joodse traditie was dat op de datum van de Grote Verzoendag. Dan was hij dus vanaf 1 elloel op de Sinaï. Het is passend dat er in die tijd van het jaar een veertigdagentijd van inkeer en omkeer is.

Elloel

De naam van de maand elloel wordt in de Talmoed uitgelegd als een afkorting. De letters (in het Hebreeuws alleen medeklinkers) van elloel zijn LWL. Je kunt dat lezen als afkorting van ani Ledodi Wedodi Li, ‘Ik ben van mijn Liefste en mijn Liefste is van mij’ (Hoogl. 6:3; vgl. 2:16; 7:10). Dat is het kader voor de bezinning in deze maand. Al denk je dan zeker ook aan God als rechter, toch wordt het niet angstig of angstvallig, want met die God weet je je verbonden, zelfs van hart tot hart! Tegelijk wordt het dan nog intenser: krijgt dát echt gestalte in mijn leven?

 


Begin van de sabbat

Nu we met Israël meeleven, denken we er natuurlijk ook aan dat vanavond de sabbat begint. Rond zons­ondergang is er in de synagogen een bijeenkomst waarin de sabbat als koningin en bruid verwelkomd wordt. Klik hier voor meer informatie over het verwelkomen van de sabbat.

Sjabbat Sjalom!

 

Om over na te denken
  • Welke redenen kun je bedenken om met Israël mee te leven tijdens deze voor hen zo bijzondere periode?
  • Wat is voor jou persoonlijk de belangrijkste reden?

 

Psalm 27

Vanaf het begin van elloel tot aan het einde van het Loofhuttenfeest wordt Psalm 27 toegevoegd aan het morgengebed.

  • Welke elementen passen ook wel heel goed in deze tijd?
  • Wil jij ook de komende tijd deze psalm elke dag lezen/bidden?

Een psalm van David.

De HEERE is mijn licht en mijn heil,
voor wie zou ik vrezen?
De HEERE is mijn levenskracht,
voor wie zou ik angst hebben?
Toen kwaaddoeners op mij afkwamen,
om mij levend te verslinden
– mijn tegenstanders en mijn vijanden –
struikelden zij zelf en vielen.
Al belegerde mij een leger,
mijn hart zou niet vrezen;
al brak er een oorlog tegen mij uit,
toch vertrouw ik hierop.

Eén ding heb ik van de HEERE verlangd,
dát zal ik zoeken:
dat ik wonen mag in het huis van de HEERE,
al de dagen van mijn leven,
om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen
en te onderzoeken in Zijn tempel.
Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut
in dagen van onheil.
Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent,
Hij plaatst mij hoog op een rots.
Nu heft mijn hoofd zich omhoog
boven mijn vijanden, die mij omringen.
Ik zal in Zijn tent offers brengen onder geschal van trompetten;
ik zal zingen, ja, ik zal psalmen zingen voor de HEERE.

Hoor, HEERE, mijn stem als ik roep;
wees mij genadig en antwoord mij.
Mijn hart zegt tegen U wat U Zelf zegt:
Zoek Mijn aangezicht.
Ik zóek Uw aangezicht, HEERE,
verberg Uw aangezicht niet voor mij.
Wijs Uw dienaar niet af in toorn,
U bent mijn hulp geweest;
laat mij niet in de steek en verlaat mij niet,
o God van mijn heil.
10 Want mijn vader en moeder hebben mij verlaten,
maar de HEERE zal mij aannemen.

11 HEERE, leer mij Uw weg,
leid mij op een geëffend pad
omwille van mijn belagers.
12 Geef mij niet over aan de begeerte van mijn tegenstanders,
want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan
en mensen die briesen van geweld.

13 Als ik toch niet had geloofd dat ik de goedheid van de HEERE
zou zien in het land van de levenden,
ik was vergaan.
14 Wacht op de HEERE,
wees sterk
en Hij zal uw hart sterk maken;
ja, wacht op de HEERE.