Vandaag, 19 september = 28 elloel

In deze periode van voorbereiding is men bezig met het oordeel dat komt. Dat komt later, maar het komt ook nu al ons leven binnen.
Vandaag meer daarover:

  • ‘Als de bazuinen klinken…’
  • Twee vragen om over na te denken
  • Extra: ‘Eens, als de bazuinen klinken (Gez. 300 Liedboek voor de kerken)

‘Als de bazuinen klinken…’

Voor ons hoort daar het woordje ‘Eens’ voor, en dan gaat het om De Grote Dag.

Eens, als de bazuinen klinken,
uit de hoogte, links en rechts…

Het gaat dan om ‘de laatste bazuin’, waarbij de doden zullen opstaan:

Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden. (1 Kor. 15:51-52; zie ook 1 Thess. 4:16)

In het Jodendom is die gedachte ook aanwezig, maar op de achtergrond. Kenmerkend is dat het gaat om de bazuin die nú klinkt, midden in de tijd, tussen de tijden – als oproep om je leven nú te beoordelen.

We naderen nu de dagen van Nieuwjaar, waarop de bazuin het vaakst klinkt. Het Nieuwjaarsfeest is daar ook naar genoemd: jom teroea, ‘dag van geschal’. In Leviticus 23:24 staat het gebod tot bazuingeschal op de eerste dag van de maand tisjri, die ook een dag van rust en heilige samenkomst zal zijn (zie ook Num. 29:1).

Op elk van de twee nieuwjaarsdagen klinkt de sjofar in de synagoge honderd keer. Dat gebeurt in vier sessies, met een afwisseling van de vier verschillende klanken die in een vaste volgorde worden geblazen.

Rond het blazen van de sjofar klinken in de liturgie teksten en gebeden. Een van de teksten die gereciteerd worden is Psalm 89:16: ‘Welzalig het volk dat de klank van de bazuin kent…’ (aldus de HSV; andere vertalingen denken aan jubelgeroep of toejuichen).

De berijmingen gaan er een eigen kant mee op. De berijming van 1773: ‘Hoe zalig is het volk dat naar Uw klanken hoort’ (waaraan je moet denken bij ‘Uw klanken’ is eigenlijk niet duidelijk; je denkt al gauw aan Gods Woord, maar dat is niet direct bedoeld). De nieuwe berijming luidt: ‘Hoe zalig is het volk dat U de lofzang zingt, dat uitbreekt in gejuich als de bazuin weerklinkt.’ In de synagoge is er geen sprake van uitbreken in gejuich, maar van intens luisteren in stil ontzag.

De woorden spreken op een bijzondere manier in de context van het sjofar-blazen in de synagoge. Zalig als je die oproep tot inkeer kent en daarnaar luistert. Je weet dan van het bazuingeschal dat komt, het oordeel op De Grote Dag. Je kijkt in dat licht naar je leven nu en laat Gods oordeel daar over gaan; je legt je toe op tesjoeva (omkeer, bekering). De bazuinklanken zijn een krachtige voorbode en voorproef van ‘de laatste bazuin’ die eens zal klinken!

 

Om over na te denken

‘Want als wij onszelf zouden beoordelen, zouden wij niet geoordeeld worden’ (1 Kor. 11:31).

  • Wat is de bedoeling van deze uitspraak van Paulus?
  • Kun je dit verbinden met wat hierboven staat over het oordeel nu?

 

Gezang 300 (Liedboek voor de kerken)

Eens, als de bazuinen klinken,
uit de hoogte, links en rechts,
duizend stemmen ons omringen,
ja en amen wordt gezegd,
rest er niets meer dan te zingen,
Heer, dan is uw pleit beslecht.

Scheurt het voorhang van de wolken,
wordt uw aangezicht onthuld,
vaart de tijding door de volken
dat Gij alles richten zult:
Heer, dan is de dood verzwolgen,
want de schriften zijn vervuld.

Roep de doden tot getuigen
dat Gij van oudsher regeert,
roep hen die men dwong te zwijgen,
die de wereld heeft geweerd,
richt omhoog wat wist te buigen,
kroon wat aanzien heeft ontbeerd.

Als de graven openbreken
en de mensenstroom vangt aan
om de loftrompet te steken
en uw hofstad in te gaan:
Heer, laat ons dan niet ontbreken,
want de traagheid grijpt ons aan.

Mensen, komt uw lot te boven,
wacht na dit een ander uur,
gij moet op het wonder hopen
dat gij oplaait als een vuur,
want de Geest zal ons bestoken,
nieuw wordt alle creatuur.

Van die dag kan niemand weten,
maar het woord drijft aan tot spoed,
zouden wij niet haastig eten,
gaandeweg Hem tegemoet,
Jezus Christus, gist’ren, heden,
komt voor eens en komt voor goed!