Vandaag, 23 september = 3 tisjri
Sabbat

Niet alleen de twee dagen van Rosj Hasjana zijn zeer intens. Ook de dagen die nu volgen, tot en met – als hoogtepunt – Grote Verzoendag. Het zijn ‘de tien geduchte dagen’, of ‘de tien ontzagwekkende dagen’.
Vandaag is het sabbat. De sabbat die in deze dagen valt heeft daardoor een eigen karakter. Ze heeft ook een eigen naam: Sjabbat Sjoeva, de sabbat van inkeer.
Hieronder meer over:

  • De tien geduchte dagen
  • Sjabbat Sjoeva
  • Twee vragen om over na te denken
  • Extra: Profetenlezing uit Joël 2

De tien geduchte dagen

Rabbi Jonathan Sacks schreef over de tien geduchte dagen als ‘het heilige der heiligen in de Joodse tijd’ (in: The Koren Rosh Hashana Maḥzor. Translation and commentary by Rabbi Jonathan Sacks, pagina x).

De sfeer in de synagoge is intens. De Goddelijke aanwezigheid is bijna tastbaar. Jesaja zei: ‘Zoek de HERE terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl Hij nabij is’ (Jes. 55:6). De rabbi’s vroegen: Is God niet altijd te vinden en nabij? Hun antwoord: ‘Dit gaat over de tien dagen van inkeer, van Nieuwjaar tot Grote Verzoendag. God is altijd dicht bij ons, maar wij zijn niet altijd dicht bij Hem. Hij is altijd te vinden, maar wij zoeken Hem niet altijd. Om de nabijheid van God te voelen, moeten we ons inspannen. Er is een bijzonder afstemmen en afstellen nodig.
Dat gebeurt in onze heiligste plaats, de synagoge. Op de heiligste tijd, de geduchte dagen. Er is een geluid nodig, de sjofar, zo doordringend en vreemd dat het ons uit ons leven van alledag haalt en brengt naar een besef aanwezig te zijn bij iets enorms en gewichtigs. We moeten tot God naderen om te voelen dat Hij nabij is. Dat gebeurt in de tien dagen van inkeer.
Het is alsof de wereld een rechtszaal is geworden. God is de rechter. De sjofar kondigt de opening van het proces aan. Het kan een ervaring zijn die ons leven verandert. We moeten ons de meest wezenlijke vragen stellen: Wie ben ik? Waarom ben ik hier? Hoe moet ik leven? Hoe heb ik geleefd, tot nu toe? Hoe gebruikte ik Gods grootste geschenk: de tijd? Wie heb ik onrecht gedaan; hoe kan ik het rechtzetten? Waar heb ik gefaald; hoe kan ik het te boven komen? Wat in mijn leven is gebroken en behoeft herstel? Wat voor hoofdstuk wil ik schrijven in het boek des levens?

Sjabbat Sjoeva

De sabbat die in deze dagen valt heet Sjabbat Sjoeva, de sabbat van inkeer. Het volk wordt opgeroepen terug te keren naar de Eeuwige.

De Toralezing is Deuteronomium 32:1-52, het lied van Mozes.

De profetenlezing is Hosea 14:2-10. Het begint met de woorden:

Bekeer u, Israël, tot de HEERE, uw God,
want u bent gestruikeld door uw ongerechtigheid.
Neem deze woorden met u mee,
bekeer u tot de HEERE.
Zeg tegen Hem: Neem alle ongerechtigheid weg, neem het goede aan.
Dan zullen wij de offers van onze lippen nakomen.

Bij de profetenlezing hoort ook Micha 7:18-20 (ook geciteerd bij Tasjliech, zie bij 21 september).
De Asjkenazische synagogen voegen daar nog een gedeelte aan toe dat ook bijzonder sprekend is in deze tijd: Joël 2:15-27 (zie hieronder).

 

Om over na te denken
  • Wat Rabbi Sacks schrijft over de geduchte dagen als ‘het heilige der heiligen in de Joodse tijd’ doet denken aan hoe de Joodse geleerde Abraham Joshua Heschel de sabbat ‘een kathedraal in de tijd’ heeft genoemd. Heschel stelde:

    Het christendom heeft de ruimte geheiligd door kerken en kathedralen te bouwen, waar mensen in aanraking komen met het heilige. Het Jodendom heeft de tijd geheiligd. Bijzondere momenten zorgen ervoor dat de tijd geen eentonige stroom is. Heilige tijden willen ons verbinden met de Heilige en ons leven inspireren.

    Herken je wat Heschel beschrijft?

  • Heeft hij gelijk (of: heeft hij een punt) met hoe hij christendom en jodendom tegen­over elkaar zet?

 

Joël 2:15-18

15 Blaas de bazuin [sjofar] in Sion,
kondig een vastentijd af,
roep een bijzondere samenkomst bijeen.
16 Verzamel het volk,
heilig de gemeente,
breng de oudsten bijeen,
verzamel de kleine kinderen en de zuigelingen.
Laat de bruidegom uit zijn binnenkamer gaan,
de bruid uit haar slaapkamer.
17 Laten de priesters, de dienaren van de HEERE, wenen
tussen de voorhal en het altaar,
en laten zij zeggen:
Ontzie Uw volk, HEERE,
geef Uw erfelijk bezit niet over aan smaad,
zodat de heidenvolken over hen zouden heersen.
Waarom zouden ze onder de volken zeggen: Waar is hun God?
18 Toen nam de HEERE het op voor Zijn land,
en Hij spaarde Zijn volk.