Vandaag, 26 september = 6 tisjri

Deze dag is de zesde van ‘de tien geduchte dagen’. In deze dagen van zelfonderzoek kijkt men niet alleen naar de relatie met God, maar ook naar die met andere mensen.

  • Vergeving en verzoening tussen mensen
  • ‘Bij dezen vergeef ik…’
  • Twee vragen om over na te denken
  • Extra: Het Nieuwe Testament over anderen vergeven

Vergeving en verzoening tussen mensen

Tijdens ‘de geduchte dagen’ gaat het niet alleen over de directe relatie met God, maar ook over de – daarmee direct verbonden – relatie met de medemens. De mens is geschapen naar Gods beeld, en wat wij hem of haar die Gods beeld draagt aandoen, dat raakt ook God zelf. Voor wat je een medemens hebt aangedaan moet je eerst vergeving en verzoening met hem/haar zoeken. Pas dan kun je bij God komen om Hem vergeving te vragen.

We kennen die gedachte uit de Bergrede, Mattheüs 5:

23 Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, 24 laat uw gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave. 25 Stel u zo snel mogelijk welwillend op tegenover uw tegenpartij, terwijl u nog met hem onderweg bent; opdat de tegenpartij u niet misschien aan de rechter overlevert en de rechter u aan de gerechtsdienaar overlevert en u in de gevangenis geworpen wordt. 26 Voorwaar, Ik zeg u: U zult daar beslist niet uitkomen, voordat u de laatste kwadrant betaald hebt.

Denk ook aan Mattheüs 6:

12 En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. (…)
14 Want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook vergeven.
15 Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven.

Tijdens de geduchte dagen is het een belangrijk thema dat je vóór Grote Verzoendag het moet goedmaken met je naaste als je hem/haar iets aangedaan hebt. Mensen vragen dan soms meer in het algemeen om vergeving, maar niet zelden ook heel concreet voor iets wat ze verkeerd gedaan of gezegd hebben.

Daarbij hoort ook de keerzijde. ‘Iemand aan wie vergeving gevraagd wordt, moet van ganser harte vergeven en niet bruut zijn. (…) Bij de manieren van Israël hoort: moeilijk kwaad te maken en makkelijk gunstig te stemmen. (…) En wanneer degene die kwaad gedaan heeft niet om vergeving komt vragen, moet degene die kwaad aangedaan is zich makkelijk te vinden maken voor de ander, opdat die hem alsnog vergeving zal vragen.’ (Kitsoer Sjoelchan Aroech 131.4)

‘Bij dezen vergeef ik…’

Op Grote Verzoendag wordt gezegd, aan het einde van het gebed ‘Heer van heel de wereld’:

Bij dezen vergeef ik compleet en absoluut ieder die tegen mij gezondigd zou hebben, die over mij gelasterd heeft, die mijn naam in diskrediet gebracht heeft, die mijn lichaam of mijn bezit geschaad heeft; voor alle zonden die de ene persoon tegenover de ander doet – zij het zonder mijn claims te laten varen op geld dat mij rechtens toekomt en niet voor wie gezondigd heeft tegen mij met de gedachte: hij vergeeft alles. Met deze uitzonderingen vergeef ik compleet en helemaal; laat niemand om mijnentwil gestraft worden.
En gelijk ik iedereen vergeef, geef zo mij genade in de ogen van ieder ander, zodat zij mij compleet en absoluut zullen vergeven.

 

Om over na te denken
  • In het klassieke avondmaalsformulier is het derde punt voor zelfonderzoek (met betrekking tot de dankbaarheid):

    Ten derde onderzoeke ieder zichzelf, of hij van harte bereid is met zijn gehele leven waarachtige dankbaarheid jegens God de Here te betonen en voor Gods aangezicht oprecht te wandelen; en of hij alle vijandschap, haat en nijd aflegt en in liefde en vrede met zijn naasten wil leven.

    Leidt dit bij ons christenen – en bij jou persoonlijk – tot eenzelfde praktijk, dat we (waar nodig) eerst ménsen om vergeving vragen?

  • Als christenen bidden we ‘En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven.’ Is dat (impliciet) hetzelfde als het hierboven geciteerde gedeelte uit het gebed ‘Heer van heel de wereld’? Of minder? Of meer?

 

Enkele teksten uit het Nieuwe Testament over anderen vergeven

Mattheüs 18

21 Toen kwam Petrus naar Hem toe en zei: Heere, hoeveel keer zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? 22 Jezus zei tegen hem: Ik zeg u: niet tot zevenmaal, maar tot zeventig maal zevenmaal.

– Dan komt de gelijkenis van de onbarmhartige knecht, aan wie een enorme schuld werd kwijt­gescholden, maar die een kleine schuld van een medeknecht niet wilde kwijtschelden; dan krijgt hij uiteindelijk toch zelf ook de rekening gepresenteerd –

35 Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als niet ieder van u van harte de misdaden van zijn broeder vergeeft.

Markus 11:24-26

24 Daarom zeg Ik u: alles wat u biddend begeert, geloof dat u het ontvangen zult, en het zal u ten deel vallen. 25 En wanneer u staat te bidden, vergeef als u tegen iemand iets hebt, opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, u uw overtredingen vergeeft26 Maar als u niet vergeeft, zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven.

Lukas 17:3-4

Wees op uw hoede. Als nu uw broeder tegen u zondigt, bestraf hem. En als hij tot inkeer komt, vergeef hem. En als hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal per dag naar u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, dan zult u hem vergeven.

Lukas 23:34

En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En ze verdeelden Zijn kleren en wierpen het lot.

Efeze 4:30-32

30 En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing. 31 Laat alle bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster van u weggenomen worden, met alle slechtheid, 32 maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.

Kolossenzen 3:12-13

12 Bekleed u dan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld. 13 Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.