Vandaag, 3 oktober = 13 tisjri

Vandaag nog een ‘gewone dag’. Daarvan zijn er krap vier tussen Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest, dat morgenavond al begint. Als die twee zo dicht bij elkaar liggen zal er wel een verbinding zijn? Er zijn in elk geval enorme verschillen tussen beide hoogtijdagen. Hoe verhouden ze zich?

  • Verbinding en contrast
  • Dienen met vreze én vreugde
  • Twee vragen om over na te denken
  • Extra: God ging wonen in een tent

Verbinding en contrast

Jom Kipoer (Grote Verzoendag) en Soekot (Loofhuttenfeest) liggen vlak bij elkaar op de kalender. Die nabijheid wordt benadrukt door de gewoonte om al meteen na Jom Kipoer, nog diezelfde avond, te beginnen met het bouwen van een loofhut.

Maar Jom Kipoer en Soekot liggen mijlenver uit elkaar als je kijkt naar wat er gebeurt. Tien ‘geduchte’ dagen ben je bezig geweest met intensief zelfonderzoek, met smeekbeden om vergeving, met inkeer en bekering. Vooral Jom Kipoer zelf gaat heel diep. Maar dan rol je eigenlijk zo van het ene uiterste in het andere. Want op Jom Kipoer wordt streng gevast, op Soekot volop geféést! Jom Kipoer is een dag van introspectie en inkeer, op Soekot móét je blij zijn. Jom Kipoer is ingetogen, Soekot uitbundig. Jom Kipoer is naar binnen gericht, Soekot naar buiten. Op Jom Kipoer ga je bij wijze van spreken ‘geestelijk’ naar binnen in het heiligdom, op Soekot ga je naar buiten, genieten in het volle leven. Op Jom Kipoer buig je diep en sta je met lege handen, op Soekot zwaai je naar alle kanten met je loelav (bundel met een palmtak, takken van de mirte en de beekwilg, en een citrusvrucht). Op Jom Kipoer zijn mensen als engelen bezig (niet eten en drinken, weinig slapen, veel staan in de synagoge); op Soekot gaat het juist om een geïntensiveerde beleving van je mens-zijn.

Wat hebben die twee dan nog met elkaar te maken? Alles! Ze hangen aan elkaar. Om te zien waar het in het Jodendom – en in de Bijbel – om gaat, heb je beide nodig: deze twee tegenwichten in een dynamisch evenwicht. Soekot representeert de tijd van een herstelde relatie met God.

Soekot kan niet zonder Jom Kipoer: het is door de verzoening van Grote Verzoendag dat de vreugde van het Loofhutten­feest er kan en moet zijn. Jom Kipoer kan niet zonder Soekot: verzoening – zo geweldig als die is! – is geen doel op zich, maar daarin gaat het uiteindelijk om een leven vol vreugde. En dan niet alleen maar een soort ‘geestelijke’ blijdschap; nee, het gaat (ook) om vreugde in ‘het gewone leven’.

Dienen met vreze én vreugde

Je zou kunnen zeggen dat op Jom Kipoer ‘vreze’ en op Soekot vreugde toonaangevend is. In de Psalmen horen we: ‘Dien de HEERE met vreze’ (2:11), maar ook: ‘Dien de HEERE met blijdschap’ (100:2). Vreze of vreugde – wat is het nu? Een van de oplossingen is die van rabbi Acha, die zei: ‘Dien God met vreze in deze wereld, opdat je met vreugde binnengaat in de wereld die komt.’ Een andere gedachte is dat het gaat om twee kanten van één munt, die beide nodig zijn bij het dienen van de HERE. Er is gezegd:

Koning David zei:
mijn vreze is vanuit mijn vreugde,
mijn vreugde is vanuit mijn vreze,
en mijn liefde is boven alles. (Tanna d’vei Eliyahu 3)

 

Om over na te denken
  • Als je zou moeten kiezen, wat zou jij dan het liefst mee willen maken, Jom Kipoer of Soekot?
  • Kun je vanuit de Bijbel voorbeelden geven van ‘dienen met vreze’ en van ‘dienen met vreugde’? Denk ook aan het Nieuwe Testament. (Om je op weg te helpen, één voorbeeld: 1 Petrus 1:6-8 en vers 17.)

 

God ging wonen in een tent

We zagen al dat in de Joodse traditie Jom Kipoer gekoppeld is aan de dag dat Mozes met nieuwe stenen tafelen van de Sinaï kwam. Dat was na de zonde met het gouden kalf. Mozes heeft intens gebeden en gepleit. De HERE heeft zich laten verbidden en niet alleen gezegd dat Hij het volk toch nog zal sparen, maar zelfs ook beloofd dat Hij zelf met hen mee zal gaan (Ex. 33:12-17). De tabernakel die toen gebouwd moest worden, was daarvan het teken. God sloeg zijn tent op bij zijn volk. Op Soekotdenkt Israël eraan hoe het volk woonde in hutten/tenten – maar dan toch ook aan hoe de HERE in zíjn tent/‘hut’ onder hen woonde.

In dit verband is opmerkelijk dat koning Salomo de door hem gebouwde tempel heeft ingewijd tijdens Soekot (1 Kon. 8:265).