Vandaag, 5 oktober = 15 tisjri
Soekot

Vandaag is de eerste dag van het Loofhuttenfeest. Ik ga in op de betekenis van de loofhutten en hoe het daarin féést kan zijn.

  • Loofhutten
  • Féést
  • Onderdak
  • Onderweg
  • Versiering
  • Vier vragen om over na te denken
  • Extra: Contrast: de rijke dwaas

Loofhutten

Natuurlijk staan tijdens het Loofhuttenfeest de loofhutten (soekot) centraal, volgens het gebod in Leviticus 23:42-43.

Zeven dagen moet u in de loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen, zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God.

Een loofhut (soeka) is een simpel en tijdelijk optrekje. Een Nederlands-Joods kinderliedje zingt:

Vier muurtjes en een dak van riet,
meer is het niet, meer is het niet;
ons huisje is zo gauw gebouwd,
wat riet, wat spijkers en wat hout,
en dat getimmerd aan elkaar,
en kijk, dan is de soeka klaar!

De ‘vier muurtjes’ (het mogen er ook drie zijn) zijn meestal van dun doek, hooguit van planken of houten platen. Het dak moet van natuurlijk materiaal zijn: riet, takken, loof, (palm)bladeren. Het moet zorgen voor meer schaduw dan zon in de hut, maar het moet ook openingen hebben. Je moet de hemel erdoorheen kunnen zien, en sterren in de nacht. En dus kan ook het eventuele hemelwater volop binnen­komen… Zo is het een hut met lek en gebrek. Hij mag ook niet al te stevig zijn. Een loofhut is goed gebouwd als hij bij een storm bezwijkt!

Daarin wonen doe je – onder andere – om even terug te gaan naar de tijd in de woestijn (Lev. 23:43). Niet alleen maar in gedachten, maar zo dat je er iets van ervaart, aan den lijve. Natuurlijk was het in de woestijn nog wel anders, al die jaren. Maar toch: je doet in een loofhut heel wat stapjes terug. Is het daarom afzien? Ja, ook wel. Maar zeker voor de kinderen is het ook een feest – en (mede daardoor) voor de grote mensen ook. Net zoals kamperen wat heeft.

Féést

Dat is wel een aparte combinatie: genieten – niet van wonen in een vast en zeker huis, maar van bivakkeren in een schamel hutje, waarin je je kwetsbaarheid en afhankelijkheid ervaart. Je móét blij zijn op dit feest, dat is een gebod (Deut. 16:14-15; Lev. 23:40). Kan dat, in dat simpele hutje? Ja, juist daar! Alle ‘gewone’ luxe en zekerheid valt weg, om plaats te maken voor het besef dat onze ware vreugde en vrede en zekerheid alleen in God ligt.

Het is feest vanwege de oogst. Maar dan ga je juist op dat moment dat je alles binnen hebt, dat je binnen bent, naar buiten! Juist als je kunt denken: ‘nu ben ik onder de pannen’, ga je leven onder een schamel dak, dat de naam ‘dak’ nauwelijks verdient. Juist als je je heerlijk rijk kunt voelen, kruip je in een armoedig hutje. Terwijl er zo veel goed en goeds is, zoek je het goede van Psalm 4 (weet je nog, bij ‘extra’ op 20 sept.: U geeft mij meer vreugde dan zij hebben bij hun overvloed van koren en wijn, want U doet mij veilig wonen…).

Onderdak

Op het Loofhuttenfeest wordt onder andere Ezechiël 38-39 gelezen, over Gog en Magog. De Joodse traditie hoort in de namen Gog en Magog het woord gag, ‘dak’. Het zijn de ‘dak-volken’, die hun zekerheid (menen te) hebben in een dicht, dik dak. Israël leeft met een open dak, open naar de hemel. Maar daarmee ben je uit­eindelijk veel beter beschermd! In de schuilplaats van de Allerhoogste, ‘Die uitspreidt een soekat sjalom, een (loof)hut van vrede, over ons, over heel Israël en over Jeruzalem’ (woorden uit het gebedenboek). ‘Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut [soeka]’ (Ps. 27:5).

Onderweg

Bij de soeka hoort ook het besef dat wij nog onderweg zijn. In het Nieuwe Testament komt dat tot uitdrukking in de manier waarop over ‘de aardse tent’ gesproken wordt (het Griekse woord skènè, ‘tent’, wordt gebruikt als vertaling voor soeka).

Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen (2 Kor. 5:1).

En ik acht het juist, zolang ik in deze tent ben, u op te wekken door de herinnering hieraan, omdat ik weet dat het afbreken van mijn tent nu snel zal plaatsvinden (2 Petr. 1:13-14a).

De les van de soeka mag dan ook voor ons zijn: Bedenk hoe kwetsbaar ons leven is, ons lichaam, ons bestaan in onze ‘aardse tent’. Je kunt wel denken onder de pannen te zijn, en je kunt van je huis een paleis of een burcht maken, maar je blíjft kwetsbaar. Bij dat besef kun je echter van de nood een deugd maken, door het afhankelijk onderweg zijn als vreugde te gaan beleven – onderweg onder Gods hoede naar zijn toekomst.

Versiering

Ondertussen worden loofhutten wel mooi versierd. De binnenkant moet vreugde en optimisme uitstralen. Er worden platen opgehangen, kindertekeningen, slingers, fruit. Ook worden vaak goede stoelen en het beste servies gebruikt. Al leef je in een schamel en tijdelijk onderkomen, daarbínnen maak je er wel iets moois van!

 

Om over na te denken
  • Wat spreekt je aan bij de vorm en de inhoud van het wonen in loofhutten?
  • Wat hoor je in de uitdrukking ‘soekat sjalom’, ‘de loofhut van (uw) vrede’?
  • Rabbijn Raphael Evers schreef in het artikel: Het is goed om je in een loofhut even vluchteling te voelen: ‘De Joden vluchtten 3328 jaar geleden uit Egypte. Jaarlijks herdenken wij onze vlucht door een aantal essentiële elementen van de historische gebeurtenis opnieuw aan den lijve te onder­vinden. Kennelijk is het belangrijk ons af en toe te herinneren dat wij allemaal een beetje vluchte­ling zijn.’ Wat vind jij van deze gedachte? Of eigenlijk: van zoiets bewust dóén?
  • ‘A comfort zone is a beautiful place, but nothing ever grows there.’ (Hoe) past deze uitspraak bij Soekot?

 

De rijke dwaas

Het Loofhuttenfeest is een oogstfeest. Een moment waarop je ook op een heel andere manier bezig kunt zijn… Denk aan wat Jezus vertelde (Luk. 12:15-22)

15 En Hij zei tegen hen:
Kijk uit en wees op uw hoede voor de hebzucht.
Immers, al heeft iemand overvloed,
zijn leven behoort niet tot zijn bezit.
16 En Hij zei tot hen een gelijkenis en sprak:
Het land van een rijke man had veel opgebracht.
17 En hij overlegde bij zichzelf en zei:
Wat zal ik doen?
Want ik heb geen ruimte om mijn vruchten op te slaan.
18 En hij zei:
Dit zal ik doen:
ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen
en ik zal daarin al mijn koren en al mijn goederen opslaan.
19 En ik zal tegen mijn ziel zeggen:
Ziel, u hebt veel goederen liggen voor veel jaren.
Neem rust, eet, drink en wees vrolijk.
20 Maar God zei tegen hem:
Dwaas!
In deze nacht zal men uw ziel van u opeisen;
en wat u gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn?
21 Zo is het met hem die voor zichzelf schatten verzamelt
en niet rijk is in God.

Wees niet bezorgd!

22 En Hij zei tegen Zijn discipelen:
Daarom zeg Ik u:
Wees niet bezorgd over uw leven: over wat u eten zult,
of over uw lichaam: waarmee u zich kleden zult. …