Vandaag, 7 oktober = 17 tisjri
Soekot
 3, sabbat

Vandaag wordt in de synagoge onder andere heel het boek Prediker gelezen. Een vreemde stem op dit feest?

  • In de synagoge
  • Prediker
  • Twee vragen om over na te denken
  • Extra: ‘Eindelijk een prediker die niet préékt…’

In de synagoge

De dienst in de synagoge heeft vandaag weer veel te bieden. De Toralezing is Exodus 33:12-34:26. Dat eindigt ermee dat God toch zelf mee wil gaan op de reis door de woestijn. Het vervolg is dat Hij zelf in een tent komt wonen te midden van zijn volk. De profetenlezing is Ezechiël 38:18-39:16 (over Gog en Magog, de ‘dak-volken’).

Ook vandaag wordt het Hallel – de psalmen 113-118 – gezongen (zij het zonder loelav; op sabbat draag je niets). Na dat hooggestemde Hallel, en nogal in contrast daarmee, volgt dan nog een bijzondere lezing:

Prediker

Het boek Prediker wordt in zijn geheel gelezen. Het is de ‘feestrol’ voor Soekot. Maar er is weinig feestelijks aan… Het lijken woorden van een oude somberaar, een man die het allemaal wel gezien heeft en alles ‘lucht en leegte’ vindt. ‘Een en al vluchtigheid, zegt Prediker’ (1:2); het is allemaal gebakken lucht, een damp, een ademtocht, een zucht. Past dat nu bij Soekot, waarop het een gebod is dat je je verheugt? Op zo’n moment ga je je toch niet onderdompelen in zulke zwartgallige beschouwingen?

Je zou er een parallel in kunnen zien met de loofhut zelf. Die bepaalt je ook bij de tijdelijkheid en betrekkelijkheid van dingen. Daarin ga je ‘back to basics’.

Wat nu is het verhaal van de Prediker? Prediker is iemand met succes, geld en goed, vrouwen. Wat hij niet heeft, is zicht op de zin van het leven. Van alles heeft hij geprobeerd, maar het laat hem uiteindelijk leeg. Alles is loos.

Dat zal te maken hebben met dat het steeds draait om ‘ik’ en ‘mij’: ‘ik heb voor mijzelf grootse dingen tot stand gebracht: ik bouwde mij huizen, ik plantte mij wijngaarden’, enzovoort (zie met name Pred. 2). Het zou zo kunnen gaan over onze tijd, met het eigen ik als idool en de selfie als icoon. De consumptiemaatschappij trekt van alle kanten aan ons. De techniek biedt eindeloos veel mogelijkheden. Er is machtig veel binnen handbereik. Te veel voor onze twee handen. De vraag naar waar het nu eigenlijk om gaat en wat het allemaal om het lijf heeft, wordt des te urgenter. Wat is de zin van het leven, van jouw leven? Wat is uiteindelijk echt alle moeite en gejaag waard?

Prediker komt terecht bij de eenvoudige dingen van het leven. ‘Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt’ (9:9; kennelijk beter dan er duizend te bezitten). ‘De slaap van de arbeider is zoet’ (5:11; beter dan alles waar de rijke wakker over ligt). ‘Ik heb gemerkt dat er voor hen niets beter is dan zich te verblijden en het goede te doen in hun leven, ja ook, dat ieder mens eet en drinkt en het goede geniet van al zijn zwoegen. Dat is een gave van God’ (3:12-13). ‘Het is beter te genieten van iets tastbaars dan te grijpen naar iets onbereikbaars’ (6:9 NBV).

Daarmee komen we bij Soekot, het feest van de simpele dingen. Een dak van riet, een bundel loof – het brengt je in alle eenvoud dichter bij de natuur. En dichter bij elkaar: status en rijkdom vallen weg en je gaat ‘natuurlijk’ bij elkaar te gast. Door je uit de plek en de stroom van het gewone leven te halen, wil Soekot je ook dichter bij jezelf en dichter bij God brengen.

In de soeka is er reden en tijd voor de vragen van Prediker. Niet als een domper op de vreugde. Dat is toch niet wat Prediker beoogt. Hij heeft het nogal eens over vreugde. En ja, soms gaat het dan over holle vreugde, over hoe ‘ijdel’ en ijl vreugde kan zijn. Maar hij spreekt ook over echte vreugde, en dat zelfs bijna als een gebod: ‘Ga uw weg, eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken. Laat uw kleding te allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken. Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt, al de dagen van uw vluchtige leven die Hij u gegeven heeft onder de zon, al uw vluchtige dagen’ (9:7-9).

 

Om over na te denken
  • Wat doet Prediker met jou? Word je er somber van, of kan Prediker je (ook) blij maken?
  • ‘Prediker was zijn tijd misschien wel vooruit’, schrijft T.G. van der Linden (zie meer hieronder). Wat denk jij daarvan? Is deze stem niet van alle tijden? Of hoort hij toch wel bij een bepaald soort tijd? En misschien meer dan ooit bij onze tijd?

 

‘Eindelijk een prediker die niet préékt…’

Hieronder een paar citaten uit een meditatie over Prediker, geschreven door T.G. van der Linden, te vinden op www.karlbarth.nl/van-der-linden-meditatie-vanitas

We kunnen de stem van Prediker met al ons idealisme niet wegdrukken. Er gaat een zucht van vergankelijkheid door de wereld. En vluchtig is ons leven, als een damp. Lucebert sprak van ‘het besef een broodkruimel te zijn aan de rok van het universum’. Maar al is het leven breekbaar, als je in je loofhutje zit met Soekot en je leest met elkaar Prediker, is er ook het feest van de herkenning. Zoals Soekot het feest is van het fragiele bestaan in de woestijn, dat niettemin onder Gods bescherming staat, is Prediker het boek van het fragiele bestaan, waarin de mens zich toch telkens weer mag verheugen over het goede dat God geeft.

Miskotte merkt op dat Prediker zucht omdat hij weet dat de wereld van God is. ‘Hij kon nog minder met de wereld overweg dan de Grieken, want hij geloofde.’ Zo ziet Miskotte ook, in een hoge vlucht, de schaduw van het kruis op Prediker vallen. In deze context zegt hij: ‘Men kan niet in God geloven zonder innerlijk te lijden onder de dienst­baarheid en vergankelijkheid der dingen.’ Over onze wereld valt de schaduw van het kruis. Van het lijden, de pijn, de dood. ‘Maar ziende het kruis daagt het vertrouwen dat het zinloze niet tevergeefs is.’