De laatste jaren klinken opmerkelijke Joodse uitspraken over het christendom. In het jaar 2000 stelden enkele Joodse denkers uit de Verenigde Staten de verklaring Dabru Emet** (‘spreek waarheid’) op, die onomwonden positief spreekt over de veranderin­gen in het christelijke denken na de Holocaust en de noodzaak van een Joodse reactie.
Eén van de ondertekenaars was de orthodoxe rabbijn Irving Greenberg. Hij heeft een aimabele natuur en zeer ongebruikelijke ideeën, ook als het om het christelijk geloof gaat. In een onlangs verschenen boek zijn zeven van zijn belangrijkste artikelen verzameld. Daaraan is een persoonlijk terugblik op de weg die de auteur aflegde in contact met christenen toegevoegd. Een indrukwekkend boek is het resultaat.

Greenberg houdt van oneliners, uitdagende stellingen en humor. Mijn gesprek met hem in Jeruzalem is, net als zijn boek, levendig en vol onverwachtse wendingen. Emoties als verbazing, aarzeling, irritatie en bewondering voor deze pionier met zijn verfrissende kijk op Joods-christelijke relaties strijden af en toe om voorrang.

Zonder veel moeite zou ik de grappen die Greenberg tijdens onze ontmoeting vertelt kunnen gebruiken als het kader van deze impressie. Maar dat zou toch misschien de indruk kunnen wekken dat het Greenberg geen volle ernst is met zijn verhaal. De verzamelbundel heet niet voor niets For the sake of Heaven and Earth. Er staat veel op het spel als de verhouding tussen Jodendom en christendom ter sprake komt.

Worsteling

Begin jaren zestig kwam Greenberg voor het eerst oog in oog te staan met de Holocaust en realiseerde hij zich dat achter de verschrikkingen ervan uitgesproken vijandige denkbeelden schuilgingen. Het beeld dat Greenberg van christenen kreeg was ronduit negatief.

Toch had hij van huis uit een open houding voor andersdenkenden meegekregen. Hij las christelijke schrijvers als Reinhold Niebuhr en was onder de indruk van hun vemogen om de christelijke geloofstraditie te doordenken voor de moderne wereld. Maar vooral door ontmoetingen met oprechte christenen, die het plaatsvinden van de Holocaust in het hart van christelijk Europa opvatten als een vraag aan de christelijk traditie, begon Greenbergs respect te groeien. Greenberg: ‘Ik ontdekte dat het onmogelijk is van zulke goede mensen te zeggen dat hun godsdienst slecht is. Je kunt die scheiding niet maken.’ De interne kritiek van christenen die na de Holocaust op gang kwam is dan ook een teken van kracht, die in de lijn ligt van de bijbelse profeten.

Zo’n worsteling sluit volgens Greenberg aan bij de opdracht aan Israël om te worstelen naar twee kanten toe. Enerzijds om God dichter bij de mensen te brengen en anderzijds om de mensen dichter bij God te brengen. ‘Christenen moeten worstelen met hun negatieve beeld van Joden’, zegt Greenberg. Maar niet alleen zij. ‘De uitdaging voor ons allen is de waardigheid van de ander als beeltenis van God te aanvaarden.’ Voor dat doel zet Greenberg zich nu al enkele decennia in: ‘Denkend aan mijn kinderen en kleinkinderen wilde ik bijdragen aan een andere wereld.’

Jodendom en christendom

Rabbijn Greenberg wil de verschillen tussen Jodendom en christendom zeker niet verdoezelen. Maar ook daar waar het de klassieke twistpunten betreft ziet hij toch verwantschap. Binnen beide godsdiensten krijgen bepaald aspecten meer of minder nadruk volgens Greenberg. En hij heeft voorbeelden te over.

‘In het christendom speelt Jezus als middelaar een grote rol. Maar ook het Jodendom kent tussenpersonen, zoals priesters, rabbijnen en anderen.’

En neem de spanning tussen het nu en de toekomst. Het christendom lijkt vooral de verlossing in het heden te benadrukken, maar geeft toe dat het Koninkrijk nog niet volledig zichtbaar is. En het Jodendom benadrukt vooral de onverloste staat van de wereld, maar viert toch wekelijks, tijdens de sjabbat, de messiaanse toekomst.

Deze verwantschap moet de godsdiensten er toe brengen elkaar te accepteren. Greenberg: ‘God communiceert met verschillende volken op verschillende wijzen, ook door het christendom. Je kunt dat vergelijken met de verschillende golven op de radio waarop wordt uitgezonden.’

Messias

Zijn benadering van het christendom gaf Greenberg de ruimte om een eigenzinnige visie op Jezus te ontwikkelen. Jezus was zeker geen valse messias, omdat hij geen misleider was. Hij was wel een falende messias, omdat hij niet teweeg had gebracht wat verwacht kon worden van een messias: de komst van Gods vrederijk. Nog verder gaat Greenberg als hij in een latere fase van zijn denken stelt dat Jezus een onvoltooide messias kan worden genoemd. Zijn werk is begonnen en heeft onder de heidenen veel teweeg gebracht, maar moet nog voltooid worden door zijn volgelingen.

De humor is, ik schreef het al, steeds aanwezig tijdens een gesprek met Greenberg en is niet alleen maar een vrolijke noot. Ook als het om de komst van de messias gaat heeft deze rabbijn een paar toepasselijke grappen paraat.

‘Na de komst van de messias wordt een persconferentie belegd en worden vele vragen door hem beantwoord. Dan ineens staat iemand op en zegt: ‘wat ons allemaal erg bezighoudt is de vraag of u hier voor de eerste of voor de tweede keer bent; kunt u die vraag alstublieft eindelijk beantwoorden?’ Waarop de messias antwoord: ‘Wat betreft deze vraag heb ik strikte orders gekregen van mijn baas: geen commentaar.’

De grap leidt onvermijdelijk tot de gedachte dat de identiteit van de messias er niet toe doet. Wat er wel toe doet is de komst van het messiaanse rijk en hoe Joden en christenen zich daarvoor inzetten.

Begrensdheid

Greenberg heeft nog een andere grap over dit thema.

‘Als de messias eindelijk is gekomen, gaan een aantal leerlingen haastig naar hun rabbijn. ‘rabbi’, zeggen ze, ‘de messias blijkt Jezus te zijn!’ ‘Jullie hebben gelijk’, zegt de rabbijn. Maar dan komen anderen in het geweer: ‘rabbi, Jezus kan toch niet de messias zijn!’. ‘Jullie hebben gelijk’, zegt de rabbijn. ‘Maar rabbi’, zegt dan een ander, ‘u zegt eerst dat Jezus de messias is en daarna zegt u dat hij de messias niet kan zijn. Dat kan toch niet?’ ‘Je hebt gelijk’, zegt de rabbijn.’

Greenberg gebruikt deze grap om uit te leggen dat we moeten leren leven met tegenspraak. ‘De werkelijkheid waarin we leven is veel complexer dan we denken. We moeten leren leven met grenzen.’ Leven met beperkingen en begrensd­heden is een steeds terugkerend thema in Greenbergs denken. Dat heeft een theologische fundering. Greenberg: ‘De absolute, ongelimiteerde openbaring van God leidt tot de dood. Daarom kan geen mens Hem zien en leven. God openbaart zich om die reden op een begrensde wijze.’ Dat maakt ook het verbond zo’n centrale notie in het Jodendom. Door het aangaan van verbonden met individuen als Abraham en Noach en met Israël en ook andere volken werkt God op geconcentreerde wijze aan de verlossing van de mensheid. Dit is ook de enige weg, die de pas kan afsnijden van zowel het absolutisme, dat zegt dat één waarheid voor allen geldt (met zijn afschuwlijke, verderf zaaiende gevolgen) en het relativisme, dat stelt dat er geen waarheid is. Greenberg: ‘elke openbaring van God is absoluut, maar niet exclusief.’

Heidense olijfboom

Als Greenberg over het ontstaan van de kerk komt zijn interpretatie van de geschiedenis aan het licht. De afwijzing van Jezus als messias door het Joodse volk was in overeenstemming met Gods bedoeling, schrijft Greenberg in zijn boek (blz 73). Alleen op die manier kon de boodschap van Gods naam verspreid worden naar de andere volken en kon voorkomen worden dat het Jodendom van aard zou veranderen. De verwerping door Israël is dus tot heil van de volken geworden.

Dat klinkt als Paulus in de Romeinenbrief. Is Greenberg soms beïnvloed door Paulus? ‘Zeker’, zegt hij, ‘waarom zou dat erg zijn? Iedereen die je leest reikt je nieuwe gedachten aan. Ik ben zeker ook gevormd door Paulus. Het is misschien wat vreemd om te zeggen, maar ik zou wel willen dat ik net zo invloedrijk ben in mijn tijd als Paulus dat was in de eerste eeuw.’

Maar Greenberg volgt Paulus niet precies en keert enkele cruciale agumenten in diens betoog om in hun tegendeel. Hoewel hij onderschrijft dat de eerste getuigen van Jezus Joden waren, is hij van mening dat zij op een zeer Joodse wijze een zeer on-Joods bericht over de verzoeningsdood verkondigden. Hun geloof was tegelijkertijd wel een ware reactie op een werkelijke openbaring van God, die bedoeld was voor de volken. ‘Je zou, met een speelse verwijzing naar Paulus, kunnen zeggen dat niet enkele heidense takken op de olijf van Israël zijn geënt, maar dat deze Joden als enkelingen geënt zijn op de heidense olijf’, vat Greenberg samen. ‘Het christendom is door God gewild omdat het de wereld een beter model voor het leven kon bieden dan het Jodendom.’

De oprechte waardering van een rabbijn voor het christendom klinkt natuurlijk aangenaam. Maar Greenberg heeft niet alleen positieve woorden voor de kerk. Scherp is zijn toon als hij spreekt over christenen die de staat Israël in de kou laten staan, bitter is hij over de vertoning van ‘The Passion of the Christ’, geen begrip heeft hij voor christenen van Joodse afkomst, die proberen het christelijk geloof in een Joodse verpakking te verkopen.

En hij daagt de kerk uit: ‘Het christendom is veel te veel gebaseerd op het geloof in de ‘god van de tekorten’, die geeft wat nodig is. De liefde voor God moet daar niet afhankelijk van zijn. Wanneer het onvermogen van mensen de nadruk krijgt, ontstaat een lager soort godsdienst. Het wordt tijd dat christenen opgroeien tot verantwoordelijkheid. Met het idee van het verbond maakt de bijbel duidelijk dat God mensen accepteert en wil om in deze wereld te werken aan verandering. God werkt niet alleen. Dat hebben christenen vaak uit het oog verloren.’

Kees Jan Rodenburg

 

Noten:

Irving Greenberg, For the Sake of Heaven and Earth; The New Encounter between Judaism and Christianity. Philadelphia 2004. ISBN: 0827608071
** De tekst van Dabru Emet is te vinden op www.xs4all.nl/~ojec/dabruemet.html


Dit artikel is op 24 november 2005 verschenen in De Waarheidsvriend