Er zouden maar tien vrouwen komen. Dat was jammer, maar goed, deze tien kwamen maar mooi. Gelovige vrouwen uit Israel en de Westbank, Joods en Palestijns, uit twee totaal verschillende werelden, maar met eenzelfde verlangen: hun zusters van ‘de andere kant’ te leren kennen. Het was in een onrustige tijd, er woedde een felle strijd tussen Hamas en Fatah. Ze kwamen voor een weekend samen, op een van de weinige plekken die voor beide partijen bereikbaar zijn. De meeste Palestijnen kunnen Israel niet in, en voor Israeli’s is het verboden de Westbank op te gaan.

 

Eén van die tien vrouwen was Aisha, een Palestijnse christen van rond de vijftig. Ze vertelde dat ze al drie maanden geen contact meer had gehad met haar vader, die in hetzelfde dorp woont als zij. Hij wil niks meer met haar te maken hebben, omdat ze in zijn ogen ‘Zionis­tisch’ is geworden. Een Zionistische Palestijn, die verzoening zoekt met haar Joodse zusters. Maar Aisha is bereid dit offer te brengen. En, zo ontdekte ik, ze bleek nog tot veel meer bereid te zijn.

 

Die vrijdagavond wilde Jehudit, een joodse deelneemster, naar huis rijden om daar te overnachten, om de volgende ochtend weer terug te keren naar de groep. Maar Aisha zei: ‘Kom mee naar mijn huis, en overnacht bij mij.’

 

En zo gebeurde er iets, wat eigenlijk niet kon of mocht. Jehudit had een geweldige avond, al mocht ze als Joodse daar helemaal niet zijn, al sprak ze nauwelijks Arabisch, en Aisha geen woord Hebreeuws of Engels, en al zou Jehudit geen oog dicht doen die nacht. En al waren de buren van Aisha op bezoek, aan wie Aisha niet durfde te vertellen wie Jehudit was. Gods liefde is sterker dan elke taal, en elke grens.

Aisha zei het zo, de volgende ochtend: ‘Het belangrijkste in mijn leven is gebed. Het feit dat ik hier samen kan bidden met mijn Israelische zusters maakt me diep gelukkig. Ook al heeft mijn vader me verstoten, ook al kan ik mijn eigen buren niet vertrouwen, dat weegt niet op tegen de blijdschap en vrede die ik ervaar in het gebed samen met mijn zusters hier…’

 

Aan het eind van het weekend wilde Aisha telefoonnummers uitwisselen. ‘En dan?’ vroeg Jehudit lachend, ‘we kunnen helemaal niet met elkaar praten! Wat zeggen we dan, salaam, salaam?!’ ‘Ja, en, shalom shalom’, antwoordde Aisha. En zo gebeurde het. En ze zouden elke dag voor elkaar bidden.

Esther Rodenburg