Inleiding

Israel Yuval is hoofd van een onderzoekscentrum van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem waarin de geschiedenis en de godsdienst van het Joodse volk worden bestudeerd. In tegenstelling tot andere afdelingen van de universiteit wordt echter gekeken naar de grotere wereld om de Joodse gemeenschap heen. Wat is de invloed geweest van de algemene geschiedenis? Wat was de positie van Joden in bepaalde landen? Hoeveel contact was er met andere gemeenschappen? En wat werd er over en weer van elkaar overgenomen?

Yuval is historicus en houdt zich intensief bezig met de relatie tussen Joden en christenen in de eeuwen tot aan de Middeleeuwen. Hij is ervan overtuigd dat beide groepen zich voortdurend heel sterk bewust zijn geweest van de aanwezig­heid van de ander. In allerlei christelijke en Joodse teksten ziet hij daarvan het bewijs.

Een generatie zonder angst

Yuval is vol van de overeenkomsten die hij aantreft in de geschriften van Joden en christenen uit het eerste millenium. Hij heeft vele voorbeelden paraat.

“Neem Paulus in zijn brief aan de Galaten. Daar spreekt hij over het wegvallen van het onderscheid tussen Joden en Grieken, slaven en vrijen, man en vrouw. Hoe opvallend dat in het Joodse morgengebed een vergelijkbare drieslag voorkomt. We bidden: ‘Gezegend zijt Gij, koning van de wereld, die mij niet heeft geschapen als een vreemdeling/heiden, niet als een slaaf en niet als een vrouw.’ Dat kan geen toeval zijn.”

Volgens Yuval maakte ook de Griekse filosoof Plato al eenzelfde driedeling.

“De overeenkomst tussen de teksten van Paulus en Plato werd in het verleden wel gezien, door Joden en door christenen als Luther, maar het Joodse gebed werd daar niet bij betrokken.”

Volgens Yuval heeft dat alles te maken met de slechte relaties tussen Joden en christenen. De dreiging die Joden voelden uitgaan van de christelijke gemeenschap leidde ertoe dat niet gezocht werd naar overeenkomsten en reacties op elkaar. In onze tijd is echter een nieuwe generatie Joodse wetenschappers opgestaan, die juist geinteresseerd is in de wisselwerking tussen Joden en christenen. Ze hebben volgens Yuval zoveel zelfvertrouwen, dat ze kunnen openstaan voor de ander. Met een kwinkslag naar het voorbeeld zegt Yuval: “We zijn geen slaaf meer van de slechte ervaringen, maar vrije mensen geworden!”

Ballingen in Israël

Yuval werd geboren in Israël; zijn ouders ontvluchtten net op tijd Frankrijk en Oostenrijk. Zijn moeder werd de toegang tot het gymnasium ontzegd vanwege haar Joods-zijn. In Israël werd Yuval streng zionistisch opgevoed. Europa en het christendom behoorden tot de voorbije wereld. Desondanks kreeg hij wel het gevoel mee dat zijn familie in feite ont­worteld was. Latere generaties kregen dan ook weer interesse in de oude wereld en haar cultuur. Yuval ziet het als een positieve vrucht van het zionisme dat er nu bij seculiere Joden openheid is naar omliggende culturen en ook naar het christendom. Kenmerkend daarvoor is bij voorbeeld het hoge aantal Joodse bezoekers van kerkdiensten tijdens kerst en pasen.
Yuval:

“Het is diep in het Joodse bewustzijn verankerd dat je een dubbele identiteit hebt. Dat is de ervaring van de ballingschap. In zekere zin zijn we ook nu nog ballingen, al leven we ook in Israël. We zijn bij voorbeeld niet zo verankerd in dit land als de Palestijnen. We zijn hier in Israël, maar zijn niet vergeten waar we vandaan komen. We zijn nog niet helemaal hier. Dat zal misschien voor een volgende generatie wel gelden.”

Subtiele afwijzing van het christelijke geloof

Het onderzoeksveld en de methode van Yuval zijn niet onomstreden in de wetenschappelijke wereld. Veel collega’s gaat het veel te ver overal verbanden te zien tussen teksten van Joden en christenen. Ze verwijten hem parallellomania. Yuval pareert de aanval door hen op zijn beurt van parallellofobia te beschuldigen! Toch beseft hij dat zijn benadering problema­tisch overkomt.

Een van de redenen waarom het moeilijk is verbanden te vinden, is dat er veel kerkelijke geschriften bestaan uit de eerste eeuwen, maar vrijwel geen Joodse geschriften. De Misjnastamt uit het begin van de tweede eeuw en de Talmoed is ergens tussen de tweede en de achtste eeuw ontstaan. Het is wel zeker dat deze teksten heel oude overleveringen bevatten, maar een tijdsbepaling is moeilijk.

Daar komt nog iets bij en dat is dat vanuit de kerk het Jodendom rechtstreeks werd aangesproken en aangevallen. De Joodse gemeenschap heeft echter nooit openlijk geschreven adversus christianos, tegen de christenen. Voor Yuval is het desondanks zeker dat Joden de christelijke stem niet hebben kunnen negeren. Die was veel te problematisch. Yuval: “Vaak wordt ervan uitgegaan dat oude teksten nogal primitief zijn. De Joodse bronnen zijn echter juist heel slim. Als het om een reactie op het christendom gaat, dan gaan Joodse teksten heel subtiel in discussie. Ze nemen bepaalde elementen van een christelijke gedachte over, wijzen een ander element af en nemen zo stelling in.” Dat dat niet vaak openlijk gebeurt, komt volgens Yuval vooral doordat de Joodse gemeenschap een minderheidspositie innam. Een kenmerk van alle bedreigde minderheden is dat ze hun vijand goed kennen en dat ze ze zich in verborgen taal verzetten. Vanwege haar afhankelijkheid van de ander, kan ze kan het zich niet veroorloven openlijk de strijd aan te gaan.

Jacob en Esau

Het was juist de nabijheid van Joden en christenen die ervoor zorgde dat de spanning tussen beide groepen zo groot was. Yuval gaat zover te zeggen dat de beide godsdiensten zich zijn gaan definiëren tegenover elkaar: “Joods-zijn was anti-christelijk zijn, en christen-zijn was anti-Joods zijn.” Dat geldt in zekere zin tot op vandaag. De Joodse traditie is eigenlijk een voortdurend gesprek over allerlei onderwerpen. Allerlei argumenten en meningen, vragen en antwoorden worden beduscussieerd. Niet het antwoord, maar de discussie zelf staat daar centraal. Tijdens dat gesprek is de christelijke stem volgens Yuval altijd aanwezig.

Zijn onlangs in het Engels vertaalde boek over de relaties tussen Joden en christenen in de eeuwen draagt de treffende titel Two nations in thy womb. Als Jacob en Esau worstelen Joden en christenen met elkaar. De een werd eerder geboren dan de ander, de ander verwierf het eerstgeboorterecht ten koste van de ander. Maar beide komen voort uit dezelfde schoot.

Yuval weet frappante voorbeelden te geven van de subtiele Joodse woordenstrijd met christenen. Tijdens een studiereis van het Centrum voor Israëlstudies ging Yuval in op enkele Joodse gebedsteksten. Tijdens het morgengebed worden de psalmen 145-150 gelezen. Yuval wees erop dat daaraan in de loop der tijd korte psalmcitaten zijn toegevoegd. Het meest opvallend is de tekst uit Psalm 84:5: “zalig zijn zij die in uw huis wonen, zij loven u gestadig”. Deze tekst wordt elders in de rabbijnse literatuur met de opstanding der doden in de toekomst verbonden. Dat juist die woorden aan het ochtend­gebed zijn toegevoegd betekent volgens Yuval dat degenen die in de synagoge de psalmen zongen overtuigd waren van hun opstanding uit de doden. Deze uitleg wordt nog versterkt door een Joodse tekst uit de Middeleeuwen die duidelijk maakt dat het huis waarover Psalm 84 spreekt niet anders is dan het Joodse gebeds- en leerhuis. Wie daar zijn, die zullen God altijd en dus ook in de toekomst blijven loven.

Voor Yuval is er echter meer aan de hand. Als bij de verklaring de historische situatie van de Joodse gemeenschap en de worsteling tussen de tweelingen synagoge en kerk wordt meegenomen, dan vallen een paar dingen op. De positie van de Joden werd steeds moeilijker en stond op gespannen voet met de verkiezing van Israël. Joden gingen daarom steeds meer het toekomstige aspect, de opstanding der doden, benadrukken. En daarnaast steeds sterker onderscheid maken tussen henzelf en anderen. Yuval: “Psalm 145, die een duidelijk universele betekenis heeft – de Heer is goed voor allen, al uw werken zullen u loven – krijgt opeens een heel andere betekenis. Alleen wie in de synagoge zijn, zullen u in de toe­komst loven.”

De boodschap van de gebedstekst is in feite dat alleen wie in het ware gebedshuis Gods lof zingen ook zullen opstaan uit de doden. Yuval: “De nieuwe interpretatie wilde christenen uitsluiten, die precies dezelfde psalmen gebruikten om God te loven.” Wie bedenkt dat tijdens het katholieke morgengebed, de lauden, eveneens uit de psalmen 145-150 wordt gezongen, ziet hoe de Joodse gemeenschap probeerde afstand te nemen van de christelijke gemeenschap en haar gebruiken.

Op zoek naar openingen

Het is opvallend dat de Joodse traditie geen enkel probleem heeft met een boek als de Koran, maar wel met de christelijke uitleg van de Schriften. Yuval: “We zijn nog niet genezen van de onderlinge geschiedenis van Joden en christenen. Hoewel de polemiek van christelijke zijde over is, vraagt het herstel aan Joodse zijde nog tijd. Christenen kunnen de eerste stap zetten in het proces van verzoening.”

Yuval is in eigen woorden geen praktiserende Jood. Het is echter zijn wens een bijdrage te leveren aan het wederzijdse verstaan tussen Joden en christenen. Over zijn diepere motivatie zegt hij: “Ik zoek de meest afgesloten hoeken van de Joodse godsdienst op en zoek daar naar openingen. Zelfs als het daar gaat om competitie met anderen, dan wordt er toch in elk geval gesproken!”

Kees Jan Rodenburg

Israel Jacob Yuval: Two Nations in Your Womb. Perceptions of Jews and Christians in Late Antiquity and the Middle Ages. University of California, 2006


Dit artikel is op 15 november 2007 verschenen in De Waarheidsvriend