In de kring der leerlingen

Inleiding

Als we ons afvragen wat we als christenen kunnen leren van het Israël, zowel het Israël we uit de Bijbel kennen en Israël van vandaag, dan kan die vraag op allerlei manieren worden beantwoord. Ik ga er in dit artikel vanuit, dat we als christenen een bijzondere relatie hebben tot het volk Israël. Door Jezus Christus hebben we immers deel gekregen aan het verbond van God met zijn volk.

Deze geloofsuitspraken vormen de basis van de overtuiging, dat we als christenen van Israël kunnen leren. Dat is allesbehalve vanzelfsprekend. De kerk heeft eeuwenlang vastgehouden aan het idee, dat Israël door haar ongeloof slechts een negatief voorbeeld gaf. Augustinus zag daarom het voortbestaan van het volk als een waarschuwing aan ons en ook als het bewijs van het christelijk gelijk.

Levende geloofsgemeenschap

Als we belijden dat Gods weg met zijn volk niet is afgelopen en verder gaat, dan worden onze ogen in twee opzichten geopend. Allereerst ontdekken we dan iets van het wezen van God. Hij is het die ooit zijn verbond sloot met Israël en het volk opriep zijn Thora na te leven en zo een heilig volk te zijn. Aan dat verbond heeft God vastgehouden, welke wegen Israël ook ging. Nu Israël dit jaar haar zestigjarig bestaan als land en staat viert, mogen we hierin ook Gods trouw herkennen. Dit volk, waarover we in Oude en Nieuwe Testament lezen, heeft zijn roeping vele malen genegeerd, het heeft vele zware tijden doorgemaakt en is in zijn bestaan bedreigd geweest. Desondanks heeft het overleefd en is vandaag springlevend als nooit tevoren. God zij geloofd!

Het tweede dat we ontdekken is, dat Israël niet alleen gezien kan worden vanuit ongeloof en verzet tegen God. Juist in de eeuwen dat de kerk Israël probeerde te overtuigen van de christelijke waarheid, mede door gebruik van dwang, heeft het Joodse volk vastgehouden aan het geloof van de vaderen en aan een leven volgens de Thora.

De verbondenheid van christenen met Israël begint bij de Joodse geloofsgemeenschap. Dat mogen we niet uit het oog verliezen, zeker niet nu we gewend zijn geraakt om bij ‘Israël’ vooral aan het land en de staat Israël te denken. In die staat is een meerderheid van de inwoners niet-religieus. En toch is dit volk en is de geschiedenis van dit volk ondenkbaar zonder haar geloof en tradities. Het is dit Israël als geloofsgemeenschap, waarvan we als christenen veel geleerd hebben en veel kunnen leren.

In de leerschool van Israël

Voor we ons afvragen wat we nog kunnen leren van Israël, is het goed te beseffen dat het christelijke geloof in vele opzichten beinvloed is door het Joodse denken. We hebben allerlei (geloofs)overtuigingen, normen en waarden van Israël overgenomen. Dat is zozeer deel gaan uitmaken van ons eigen denken en leven, dat we er ons nauwelijks bewust van zijn.

Israëls betekenis voor ons christenen gaat echter dieper dan dat. Ik denk dan vooral aan het wonderlijke, dat dit Israël ooit Gods openbaring heeft ervaren, zijn woord heeft ontvangen en dat met eerbied en ontzag in het hart heeft bewaard en heeft doorgegeven aan volgende geslachten. Wanneer we een Bijbel openslaan, dan kunnen we dat alleen maar omdat dit volk de heilige woorden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid heeft overgeleverd en later op schrift heeft gesteld. Kloppend hart van die schrift was het geloof dat de God van Abraham, Isaac en Jacob zich het lot van mensen aantrekt en reddend, bevrijdend betrokken is op Israël en de wereld. De God die Israël uit de slavernij bevrijdde is tegelijkertijd degene die de verlossing van mens en wereld in de toekomst voorzegt. De Joodse schrijvers van het Nieuwe Testament hebben daaraan hun getuigenis van Jezus Christus toegevoegd. Dat is het onderwijs dat we als christenen van het Joodse volk hebben ontvangen en waarvoor we Israël dankbaar mogen zijn. In de beweging van verleden naar toekomst zijn we met Israël betrokken geraakt. Het valt niet te ontkennen dat beide geloofsgemeenschappen grote meningsverschillen hebben en vaak hevige discussies met elkaar voeren, niet in het minst over de persoon van Jezus Christus. We mogen echter niet vergeten dat we zonder Israël de Naam van God niet zouden hebben gekend.

Het Nieuwe Testament leren verstaan

Door de wezenlijke verwantschap tussen de Joodse en de christelijke geloofsgemeenschappen, is begrip van de Joodse geschiedenis en de Joodse godsdienst verrijkend voor het verstaan van het Nieuwe Testament. De geschriften van dit tweede deel van de Bijbel kunnen niet los van het Oude Testament en van de geschiedenis van het volk Israël verstaan worden. De apostelen zien de komst van Jezus Christus immers in het verlengde van de weg die God met Israël gegaan was. De taal, de gedachten- en leefwereld van het Nieuwe Testament zijn daarnaast ook sterk gestempeld door de situatie van het Joodse volk in de eerste eeuwen. Door de kennismaking met oude Joodse bronnen als de Misjna en de Talmoed is het mogelijk een beter beeld te krijgen van de discussies die in Jezus’ tijd gevoerd werden over allerlei onderwerpen en die we dan ook tegenkomen in het Nieuwe Testament. Niet zelden werpt dat nieuw licht op bepaalde teksten. Een voorbeeld daarvan is de tekst uit de Bergrede, waarin Jezus spreekt over het liefhebben van de naaste en het haten van de vijand (Matteus 5:43). Het is bekend dat de laatste woorden niet in de Thora voorkomen. In Leviticus 19 lezen we ‘gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’. We weten dat Esseense groepen de woorden ‘als uzelf’ zo interpreteerden, dat alleen aan gelijkgezinden liefde hoefde worden bewezen en dat andersdenkenden vijanden waren, die gehaat moesten worden. De Farizeeën, een belangrijke groepering in Jezus’ dagen, lazen het gebod juist als waarschuwing: denk niet dat een ander zondiger is dan jij en daarom geen naaste is; jijzelf bent niet anders dan hij! Farizeeën trokken de cirkel dus veel wijder dan de eigen groep. Jezus doet iets verrassend als Hij zegt, dat ook je vijand je naaste is. De strekking van het liefdegebod is dan niet meer begrensd tot een bepaalde groep, maar altijd geldig. Dat is bepaald radicaal, vooral tegen de achtergrond van de discussies over het gebod in de eerste eeuwen.

Dit voorbeeld maakt ook duidelijk, en dat is even belangrijk, dat bepaalde veronderstellingen van de christelijke traditie moeten worden gecorrigeerd. In dit geval ontdekken we een ander gezicht van de Farizeeën. Ten onrechte sprak de kerk vaak verwijtend over het onbarmhartige wetticisme en de werkgerechtigheid van deze groepering. Het ging hen daarentegen om de heiligheid van Gods wet en de heiliging van het leven.

Het op deze wijze lezen van het Nieuwe Testament is alles behalve eenvoudig en staat nog in de kinderschoenen. Bijzonder is het, dat juist in onze tijd steeds meer Joodse wetenschappers het Nieuwe Testament als Joods boek beginnen te bestuderen. Hun kennis van de Joodse geschiedenis en het Jodendom leiden tot nieuw inzicht, maar soms ook tot kritiek op de traditionele uitleg van de kerk.

Leren met Israël

We hebben tot nu toe vooral stilgestaan bij het Israël uit het verleden. We hebben het voorrecht in een tijd te leven waarin het Jodendom een levende godsdienst is, die evenzeer tot ons spreekt. Om de fundamentele verwantschap tussen Jodendom en christendom te ontdekken hoeven we slechts een synagoge te betreden. Dagelijks wordt daar het geloof in de Ene God beleden, worden zijn grote daden geloofd en wordt uitgekeken naar de komst van Gods Koninkrijk.

In de synagoge horen we ook hoe het Jodendom aankijkt tegen haar opdracht in de wereld. Als tijdens een dienst de Thorarol wordt rondgedragen zingt men de woorden uit Jesaja 2: ‘Want uit Sion zal de Thora en het woord van de Heer uit Jeruzalem’. De wijze waarop het Joodse volk zich vasthoudt aan Gods woord en probeert de leefregels van de Thora na te leven maakt haar tot een licht onder de volken.

Het is vooral de manier waarop Joden lezend, studerend en discussiërend omgaan met de boeken van Mozes en latere Joodse commentaren, die veel indruk op mij maakt. Bezig zijn met Gods woord is een levendige en vrolijke bezigheid. Vragen worden gesteld en serieus genomen, iedere aanwezige neemt deel aan het gesprek, meningen van grote rabbijnen worden met elkaar vergeleken maar hebben nooit het laatste woord. Kinderen worden op vroege leeftijd opgenomen in de kring van leerlingen en leren vragen en antwoorden te wikken en wegen.

Zo bezig zijn met de Schriften is een manier van leven. Aan de ene kant wordt de tekst zelf serieus genomen en recht gedaan. Aan de andere kant wordt de tekst verbonden met het leven hier en nu. Het leren kan niet losstaan van het concrete doen. Uiteindelijk staat namelijk de heiliging van het leven centraal: ‘Gij zult heilig zijn, want Ik ben heilig’ (Leviticus 20:26). Dat betekent dan ook, dat een mens nooit uitgeleerd is en steeds nieuwe inzichten opdoet in dezelfde teksten.

Verrassend genoeg spreekt Jezus over ditzelfde, als hij een schriftgeleerde vergelijkt met een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt (Matteus 13:52). Wat zou het mooi zijn, als Joden en christenen van elkaar ontdekken dat zowel de synagoge als de kerk een kring van leerlingen is, waarin Gods woord met vreugde wordt overdacht. Dat zou een opening zijn voor gesprek. In dat gesprek kan het niet anders dan over Jezus Christus gaan, maar ook over Mozes. We hebben elkaar wat te zeggen.

Gespreksvragen:

  1. Deelt u de mening, dat we kunnen leren van Israël? Welke argumenten worden in het artikel genoemd?
  2. Vindt u een Joodse uitleg van het Nieuwe Testament verrijkend of verwarrend. Kunt u voorbeelden geven?
  3. Waarom zal het gesprek tussen Joden en christenen zowel over Jezus Christus als over Mozes moeten gaan? Welke mogelijkheden of moeilijkheden verwacht u voor zo’n gesprek?

Kees Jan Rodenburg


Verschenen in Contact (orgaan van de Bond van Chr. Geref. Vrouwenverenigingen), september 2008