Inleiding

In de afgelopen jaren is Israël weer volop in de aandacht. Verbondenheid en solidariteit met Israël en of de Palestijnen houdt de gemoederen behoorlijk bezig. Maar hoe staat het eigen­lijk met de concrete ontmoeting met Israël, de dialoog? Bij alle aandacht voor de politieke vragen rond Israël dreigt de aandacht voor het gesprek tussen kerk en synagoge onder te sneeuwen.

Gesprek of zending?

Vanuit het Centrum voor Israëlstudies (CIS) heb ik onder meer de opdracht om in Jeruzalem te participeren in dialoog­groepen. Ontmoeting is voor ons een kernwoord in de relatie tussen Joden en christenen. Algemeen in onze kerken is wel de gedachte dat een zendingshouding tegenover het Joodse volk niet meer mogelijk is. Sinds de Holocaust en de stichting van de staat Israël is er meer zicht gekomen op het voortgaande verbond tussen God en zijn volk. Bekerings­pogingen zijn daarom passé.

Als reactie daarop klinkt nogal aans de (retorische) vraag of dit geen zwaktebod is, ingegeven door de angst om Joden te kwetsen. Houdt de keuze voor gesprek niet het verlies van het christelijke getuigenis in? De reactie is voorstelbaar. Dialoog en gesprek roepen associaties op met vage doelstellingen en liberale theologie. De reactie komt echter ook voort uit een gebrek aan kennis over wat de dialoog is. In dit artikel wil ik daarom een praktijkvoorbeeld geven en laten zien dat in de dialoog wel degelijk over wezenlijke zaken kan worden gesproken. Ik doe dat aan de hand van een studentenreis die het CIS in december 2008 organiseerde.

Chanoeka en Kerst

Deze studiereis naar Israel bestond uit een excursies, ontmoetingen en lezingen rond het thema Chanoeka en Kerst. De keuze voor dit thema maakte het mogelijk stil te staan bij zowel de Joodse als de christelijke traditie en te zien of er ergens raakvlakken zijn. Chanoeka en Kerst zijn allebei lichtfeesten in de winter en zijn ook beide pas laat in de geschiedenis ontstaan. Hun betekenis is nooit zo groot geworden als bijvoorbeeld Pesach en Pasen. Daarmee zijn de overeenkomsten wel genoemd, de verschillen zijn groot.

Chanoeka herdenkt de overwinning van de Maccabeeën op buitenlandse heersers en de herinwijding van de tempel. Daarbij vond het oliewonder plaats. Van de reine olie die nodig was voor de kandelaar bleek veel te weinig aanwezig in de tempel. Deze olie bleef echter acht dagen branden, lang genoeg om nieuwe olie te halen. Opvallend genoeg wordt in het Jodendom voortdurend gediscussieerd over de vraag wat nu eigenlijk gevierd wordt tijdens Chanoeka. Is dat de menselijke moed en het geloofsvertrouwen of juist het goddelijke wonder van de olie?

In vergelijking daarmee lijkt de boodschap van Kerst duidelijk: God kwam op reddende wijze in de wereld. Bij nader inzien blijkt de betekenis van het feest vooral te maken te hebben met discussies in de vroege kerk over de mens­wording van God. Velen veronderstelden dat Jezus bij zijn eerste verschijning als volwassen man (Epifanie) de godde­lijke natuur had gekregen. Daartegenover benadrukte Kerst dat Jezus vanaf het allereerste begin God en mens was geweest.

Het thema hielp ons kennis te maken met het Jodendom, maar ook een frisse blik te krijgen op onze eigen kerkelijke traditie.

Talmoed en Nieuwe Testament

Een van de hoogtepunten van onze reis was een ontmoeting met rabbijnen in opleiding van het Schechter Instituut. Daar was wel het een en ander aan voorafgegaan. Ik volg al enkele jaren lessen aan deze opleiding en ben er daardoor bekend. Vanuit dat vertrouwen kwam het idee van een gezamenlijke studieochtend op.

Dan komt de vraag hoe je zo’n ontmoeting vormgeeft. We deelden de mening dat een ontmoeting niet moet blijven steken bij vriendelijke woorden. Daarom kozen we ervoor allebei een deel van de ochtend voor te bereiden en een duidelijke Joodse en christelijke inbreng te hebben. Als gespreksmethode kozen we voor wat chevroeta heet. De term is afgeleid van chaver, vriend. Chevroeta houdt in dat je met een paar anderen een tekst bestudeert door vragen te stellen en samen antwoorden te zoeken.

En zo waren we uiteindelijk op de Joodse wijze een Talmoedtekst aan het lezen over de manier waarop de channoekia moet worden aangestoken, de negenarmige kandelaar. Rabbi Sjamai zei dit, maar rabbi Hillel zei dat. Vervolgens deden we een korte bijbelstudie over de geboorte van Jezus. Matteüs schreef dit, maar Johannes schreef dat. Tussen­door en achteraf hadden we plenaire besprekingen.

met elkaar in gesprek

Detail en hoofdlijn

Het gaat er me nu niet om een samenvatting te geven van de inhoud van het gesprek. Ik wil liever wijzen op een paar kenmerken van de ontmoeting.

Allereerst viel op, dat de Joodse gesprekspartners veel meer gewend waren aan discussie en gesprek over hun basis­teksten. Er was veel aandacht voor details, voor bijzondere woorden of zinsconstructies enz. Met diezelfde houding benaderden zij ook de teksten uit het Nieuwe Testament. Wat betekent dit woord, waarom zegt de ene evangelist dit en de andere dat enz. Dat bracht wat verlegenheid teweeg bij de Nederlandse groep. Normaal gesproken is het immers de taak van de dominee zich met dat soort details bezig te houden.

Voor de rabbijnen in spé was het overigens volstrekt normaal dat ze onderling heel verschillend dachten over allerlei vragen. De christelijke deelnemers bleken veel meer te denken vanuit algemene lijnen en de kern van een tekst­gedeelte. Ze vulden elkaar aan en probeerden de christelijke boodschap zo goed mogelijk onder woorden te brengen. Daarnaast stond voor hen de vraag naar het persoonlijke geloof centraal. Voor mij betekent Kerst dit, maar wat betekent Channoeka eigenlijk voor jou persoonlijk? Het werd duidelijk dat de Joodse deelnemers zichzelf zulke vragen niet vaak stellen en er ook niet meteen een antwoord op wisten.

Iets anders opmerkelijks was dat de Joodse studenten allerlei spontane associaties kregen bij een afbeelding van een kerststal. De ster leek op de vuurkolom die voor Israël uittrok, de stal op een tent, en Jezus in de kribbe op Mozes in het biezen mandje. Maar er werden ook parallellen gezien tussen het Nieuwe Testament en de Joodse traditie. Zoals Johannes schrijft over het Woord dat bij God was, zo schrijft Genesis Rabba over de Thora die al voor de schepping bestond. Onze Nederlandse groep wist zich in contrast daarmee maar weinig raad met de Talmoedteksten. De teksten weerspiegelden een onbekende wereld.

Dialoog

De ontmoeting was bijzonder, omdat er aan beide kanten nieuwsgierigheid was en de onbevangenheid om te spreken en vragen te stellen. Het gesprek ging niet over bijzaken, maar over de heilige geschriften en hoe we daarmee leven. Door de keuze van het thema werd ons als christenen ook gevraagd naar de betekenis van Jezus Christus voor ons en konden we anderzijds vragen naar het Joodse geloof en leven.

Toch mag duidelijk zijn dat een uitwisseling niet eenvoudig is. Joden en christenen beginnen op een heel verschillende manier aan het gesprek. We gebruiken verschillende begrippen, hebben verschillende boeken naast het Oude Testa­ment en hebben onze eigen wijze van omgaan met onze teksten en traditie. Daarnaast hebben we onze eigen ideeën over elkaar.

Wat maakt eigenlijk een gesprek tot een goede ontmoeting? Dat hangt ervan af wie precies deelnemen aan een ont­moeting, wat de intenties zijn en hoevaak je elkaar kunt spreken. Onze ontmoeting was een eerste kennismaking met elkaar als gelovigen. Dat was vrij eenvoudig te organiseren. We kenden elkaar nauwelijks, woonden in verschillende landen en zouden elkaar maar een keer spreken. Een dialoog wordt anders als die uit een serie gesprekken bestaat. Of als de deelnemers op een of andere manier moeten leren samenleven en negatieve ervaringen met elkaar moeten overwinnen. Dat speelde voorheen in de dialoog tussen kerk en synagoge een grote rol. Een voorbeeld uit onze tijd is het gesprek tussen Joden, christenen en moslims in Israël. Zij moeten leren leven met de pijn van het verleden en de wens een betere samenleving te bouwen.

Van mens tot mens

Martin Buber heeft de dialoog eens omschreven als het gesprek tussen de ene openhartige mens en de andere open­hartige mens. Alleen als naast het verstandelijk of theologische ook het emotionele meedoet kan zo’n ontmoeting van mens tot mens plaatsvinden. Er moet dan een thema op tafel liggen dat beide gesprekspartners echt raakt.

Dialooginstanties benadrukken dat iedere deelnemer voor zichzelf moet spreken. In de dialoog gaat het niet om religie, maar om geloof. Niet een theoretisch gesprek over wat dé traditie of wat hét christelijk geloof zegt is van belang, maar een uitwisseling over wat ik als gelovige denk, voel, ervaar. Een andere regel voor de dialoog is daarvan afgeleid. Deze houdt in dat ik als gelovige probeer werkelijk getuige te zijn van de kern van mijn geloof en leven. Het gaat niet om mooipraterij of het achterhouden van een deel van mijn overtuigingen, maar juist om wat voor mij centraal staat.

In die ontmoeting van mens tot mens komt iets van het geheim van het leven naar voren. Toegespitst op Joden en christenen: beide leven voor het aangezicht van dezelfde God en Vader. Dat is misschien verstandelijk moeilijk te begrijpen gezien alle verschillen. Desondanks is dat de manier waarop Joden en christenen zichzelf zien. In de dialoog gaat het erom dat we willen ontdekken wat dat betekent.

Kwetsbaarheid

Protestanten hebben hier veel te leren. Voor hen staat vaak de verspreiding van de boodschap van Jezus Christus centraal. De dialoog biedt de mogelijkheid voor een intensief gesprek over de kern van het Evangelie, maar niet voor evangelisatie. Wat de ontmoeting bij de ander uitwerkt kan ik niet sturen, het ligt in Gods hand. Ik kan wel oprecht getuige zijn en als christen even oprecht geïnteresseerd zijn in mijn Joodse gesprekspartner.

Iets anders dat we moeten leren is open te zijn voor vragen over onszelf. Dialoog is geen veilige monoloog over al onze zekerheden, maar een manier om onze binnenkant te laten zien, zowel de overtuigingen als de vragen. Dat is niet altijd makkelijk. Je wordt als gelovige kwetsbaar en dat kan onzeker maken. Ik heb soms het vermoeden dat hierin de werkelijke belemmering van veel christenen ligt om het gesprek met anderen aan te gaan.

 

Denkend vanuit het Evangelie komt bij mij twee vragen op. Ten eerste: was het niet juist God de Vader die zich kwetsbaar maakte door onder ons te komen wonen? Als Hij dat risico heeft genomen, dan vraagt Hij ons misschien wel Hem daarin te volgen. En te tweede: hoe kunnen we Jezus’ ontmoetingen met anderen het beste typeren? Was dat evangelisatie of hadden zijn gesprekken meer iets van een dialoog. Of beide ineen?

Kees Jan Rodenburg


Geplaatst in De Waarheidsvriend 19 maart 2009