In 2012 viert Israël het Loofhuttenfeest van 1 tot 7 oktober. Het is het derde van de drie grote pelgrimsfeesten, die in het OT zijn ingesteld. De eerste twee zijn Pesach en Wekenfeest, vanwaar lijnen doorlopen naar ons Paas- en Pinksterfeest. Van het Loofhuttenfeest is niets op de kerkelijke kalender terug te vinden. Terwijl het in Israël wordt aangeduid als “hét feest”. Er zijn heel wat elementen die er een rol bij spelen. Ik ga hier alleen in op dat waar het feest naar genoemd is: de loofhut – in het Hebreeuws soeka (vandaar de naam van het feest: Soekot).

In Leviticus 23:33-43 staan regels voor het Loofhuttenfeest. Daar lezen we o.a.: 41 Dat feest voor de HEERE moet u per jaar zeven dagen lang vieren. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door. In de zevende maand moet u het vieren. 42 Zeven dagen moet u in de loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen, 43 zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God.”

Dat gebod om in een loofhut te wonen wordt door Joden in Israël en daarbuiten (waar het wel extra problemen kan leveren!) opgevolgd. In Israël zie je ze overal verschijnen: in de tuin, op het balkon, of op straat. Een Nederlands-Joods kinderliedje zingt: “Vier muurtjes en een dak van riet, meer is het niet.” Een hut, met een dak van loof – met lek en gebrek.

Jaren geleden stortte de Soeka die de Joodse gemeente in Den Haag had gebouwd in, tijdens een storm. Dat was het bewijs dat hij goed gebouwd was: het móet een wankele hut zijn, die niet heel veel kan hebben. Dat hij instortte was een goede onderstreping wat het wonen in de soeka wil bijbrengen: je moet in de soeka je kwets­baarheid voelen.

Je gaat als het ware even terug naar de tijd in de woestijn (vs. 43). Niet alleen in gedachten, maar op een manier dat je iets daarvan ervaart. Natuurlijk was het in de woestijn nog wel anders, al die jaren. Maar toch: je doet in zo’n loofhut wel wat stapjes terug. Voor de kinderen is het een feest – en voor de grote mensen ook. Net zoals kamperen wat heeft. Wel een aparte combinatie: plezier hebben in eens even niet je vaste en zekere woning, maar leven en slapen onder dak waardoorheen je zomaar de hemel kunt zien. Op een feestelijke manier kwets­baar­heid en afhankelijkheid beleven. Terug naar basic leven.

Bij de soeka hoort gedenken hoe het was – dankbaar voor hoe jij nu mag wonen, maar ook met het besef dat ook wij nog onderweg zijn. Bij de soeka hoort ook bedenken hoe het is: hoe kwetsbaar ons leven is, onze “aardse tent” (2 Cor. 5:1), ons levenshuis, heel ons bestaan. Je kunt denken onder de pannen te zijn, je kunt van je huis een paleis of een burcht maken – kwetsbaar blijf je. Laat al die vastheid nu achter je, om de vreugde te beleven van afhankelijk onderweg zijn.

De soeka moet een lek dak hebben – zo dat de regen kan binnenkomen, maar ook zo dat je de hemel kunt zien. De soeka is ook open voor anderen. Bij Soekot hoort ook gasten ontvangen, elkaar opzoeken in de soeka, die ieder op z’n eigen manier opgezet, ingericht en versierd heeft. Dat hoort er ook bij: dat je er wel wat van maakt.

Het is vol levenslessen, het Loofhutten-féést!

 

ds. Aart Brons