‘Misjpatim’ betekent ‘regels’ of ‘wetten’. De lezing van deze week bevat een lange reeks regels en wetten. Allerlei onderwerpen komen aan de orde, zoals…

Zaterdag 13 februari 2021 – Misjpatiem

Parasja (Thoralezing): Exodus 21:1-24:18
Haftara (profetenlezing): Jeremia 34:9-22 en 33:24-25

Bijdrage van rabbijn Albert Ringer
Zelfbeheersing en gematigdheid

“De eerstelingen van de eerste vruchten van uw land moet u in het huis van de Eeuwige, uw God, brengen. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder”
(Shemot 23:19/Exodus 23:19)

‘Misjpatim’ betekent ‘regels’ of ‘wetten’. De lezing van deze week bevat een lange reeks regels en wetten. Allerlei onderwerpen komen aan de orde, zoals schade, moord en doodslag en hoe je de feesten moet vieren. Ook de voedselwetten komen voorbij.
Een onderdeel van de voedselwetten (kasjroet) is dat je tijdens één maaltijd niet zowel vlees- als zuivelgerechten eet. Melk en vlees staan niet samen op een Joodse tafel. Hoewel dit een van de basisregels van het kasjroet is, staat het niet als zodanig in de Thora. Wat er wel staat -maar liefst drie keer- is dat je een bokje niet in de melk van de moeder mag klaarmaken (Exodus 23:19 en 34:26 en Deuteronomium 14:21).
Iets dat drie keer in de Thora staat moet wel heel belangrijk zijn. Daarom wordt deze regel zo strikt nageleefd. Iedere kans dat wij een bokje samen met melk van de moeder aan tafel krijgen, willen we uitsluiten. Het is een belangrijk kenmerk geworden van het Jodendom, veel zichtbaarder dan veel andere gebruiken waarvan wij de achtergrond misschien beter begrijpen.

Bij het voorbereiden van deze uitleg heb ik gebruik gemaakt van een commentaar van de 19e-eeuwse rabbijn Mordechai Yosef Leiner. Zijn commentaren zijn vaak origineel. Zijn ideeën zijn bovendien gegrondvest op de oude tradities en hebben tegelijkertijd relevantie voor ons.
De regel over het bokje en de melk staat in één vers met een totaal ander voorschrift. Dat voorschrift zegt dat je de eerstelingen van je land niet moet opeten, maar naar de tempel moet brengen. Leiner vraagt zich af wat die twee regels met elkaar te maken hebben.
Hij begint met het citeren van Jesaja 28:4. Daar wordt gesproken over een eerste vrucht, een vijg, die iemand zo aanstaat dat hij hem meteen uit de hand opeet. Leiner concludeert vervolgens dat de regel in de Thora blijkbaar met zelfbeheersing en gematigdheid te maken heeft. Je hoort de eerste vijg niet op te eten maar, als eersteling, naar de ‘kohen’ (priester) in de tempel te brengen.

Met deze gedachte in zijn achterhoofd leest rabbijn Leiner ook het vers over de melk en het bokje. Melk wordt dan een symbool van gematigdheid en rust. Het bokje symboliseert het tegendeel: besluitvaardigheid en snelheid. Zo gelezen, krijgt het vers in de Thora een totaal andere betekenis.
Gematigdheid en regelmaat zijn in het Jodendom belangrijke waarden. Dingen die regelmatig voorkomen, hebben voorrang op zeldzame of eenmalige gebeurtenissen. Zelfs als eenmalige gebeurtenissen een grotere heiligheid hebben. Dat neemt echter niet weg dat snelle beslissingen en haast hun plaats hebben wanneer de situatie daar om vraagt.

De voorbeelden van snelle beslissingen die Leiner in zijn commentaar geeft, hebben allemaal iets te maken met situaties van dreiging. Misschien weerspiegelt het de situatie in zijn eigen tijd. Duidelijk is hoe dan ook dat hij wil zeggen dat vertrouwen op God of op eigen kunnen alleen niet altijd genoeg is. Je moet, als dat nodig is, ook klaar staan om je te verdedigen. ‘Het paard moet klaar staan voor de dag van de slag, van de Eeuwige komt redding’ (Spreuken 21:31).

Ook in onze dagen zijn er bedreigingen die het, helaas, nodig maken maatregelen te nemen om onszelf te beschermen. Hoewel we hopen en vertrouwen op een goede toekomst, is het goed om soms in actie te komen en niet uit gewoonte te handelen of te lang te wachten met het nemen van uitzonderlijke maatregelen.

Rabbijn Albert Ringer

Rabbijn Albert Ringer is geboren in 1952 in Den Haag. Hij heeft kunstgeschiedenis gestudeerd in Groningen, Amsterdam en Jeruzalem. Daarbij specialiseerde hij zich in vroege synagogale architectuur. Na zijn studie heeft hij gewerkt als software engineer en als geestelijk verzorger bij Defensie en bij Parnassia. In 2008 ontving rabbijn Ringer zijn rabbinale bevoegdheid aan het Levisson Instituut in Amsterdam. Rabbijn Ringer werkt als rabbijn in de Liberaal Joodse Gemeenten te Rotterdam en te Twente.

 

Om verder over na te denken (bijdrage CIS)

  1. Exodus 23:19 geldt als uitgangspunt voor de Joodse regel dat je melk- en vleesproducten niet tegelijk mag nuttigen. Wat vindt u van deze toepassing?
  2. Rabbijn Leiner komt met een alternatieve verklaring van Exodus 23:19. Wat waardeert u in zijn uitleg? Wat is volgens u de betekenis van het bewuste Bijbelvers?
  3. Zelfbeheersing en gematigdheid zijn in het Jodendom belangrijke waarden. Hoe is dat binnen het christendom (zie bijv. Titus 2:2)? Op welke manieren concretiseert u deze Joods-christelijke waarden in uw leven?
  4. Rabbijn Ringer stelt de rust en het vertrouwen op God naast actie die soms opeens nodig is, met daarbij een bepaalde mate van vertrouwen op eigen kunnen. In het Jodendom gaan deze twee vaker samen op (zoals ook in Spreuken 21:31). Hoe ziet u deze beide elementen terugkomen in uw leven?
  5. Een les die rabbijn Ringer in zijn bijdrage meegeeft, is dat we soms bereid moeten zijn om uitzonderlijke maatregelen te nemen. Hoe past u deze les toe op de huidige situatie rondom het coronavirus?
Leesrooster voor deze week

Zaterdag 13 februari  –  Exodus 21:1-17
Zondag 14 februari  –  Exodus 21:18-36
Maandag 15 februari  –  Exodus 22:1-17
Dinsdag 16 februari  –  Exodus 22:18-31
Woensdag 17 februari  –  Exodus 23:1-16
Donderdag 18 februari  –  Exodus 23:17-33
Vrijdag 19 februari  –  Exodus 24:1-18