Vandaag is het de laatste sjabbat voor Poerim. Deze sjabbat heeft een speciale naam en een speciaal thema. Op ‘sjabbat zachor’ (‘herinneringssabbat’) wordt traditioneel na de gewone lezing een ander stukje uit een extra Thorarol gelezen.

Zaterdag 20 februari 2021 – Teroema

Parasja (Thoralezing): Exodus 25:1-27:19
Haftara (profetenlezing): 2 Koningen 5:26-6:13

Bijdrage van rabbijn Albert Ringer
De ‘keroevim’

“En de keroevim moeten hun beide vleugels naar boven uitgespreid houden, terwijl ze met hun vleugels het verzoendeksel bedekken en hun gezichten naar elkaar toe gericht zijn; de gezichten van de keroevim moeten naar het verzoendeksel gericht zijn”
(Shemot 25:20/Exodus 25:20)

Vandaag is het de laatste sjabbat voor Poerim. Deze sjabbat heeft een speciale naam en een speciaal thema. Op ‘sjabbat zachor’ (‘herinneringssabbat’) wordt traditioneel na de gewone lezing een ander stukje uit een extra Thorarol gelezen. Dat gedeelte gaat over Amalek: ‘Herinner je wat Amalek deed toen je uit Egypte kwam. Hij ontmoette je onderweg en overviel de achterhoede, alle zwakken achter je, terwijl je moe en uitgeput was (…). Je moet de herinnering aan Amalek van onder de hemel uitwissen. Vergeet het niet!’ (Deuteronomium 25:17-19)

Volgens de traditie was Haman, de Jodenhater uit het Esther-verhaal, een Amalekiet. Amalekieten staan in Tenach (de Hebreeuwse Bijbel) in een traditie van geweld tegen de zwakken in de samenleving. De Thora geeft ons een opdracht die moeilijk is uit te voeren. Niet vergeten iets te vergeten is ondoenlijk. Het is niet voor niets dat deze speciale sjabbat ‘Zachor’, ‘herinneren’, heet. Tot het moment dat het geweld tegen de zwakken uit de wereld is, kunnen we het onrecht van Amalek niet vergeten.

De parasja van deze week, Parasjat Teroema, begint met de oproep om giften te brengen voor de bouw van de ‘misjkan’, de tabernakel. Dit was het draagbare woestijntempeltje. De rest van de parasja bestaat uit een beschrijving van de misjkan en alle spullen die daarvoor gemaakt moeten worden.
Eén van de voorwerpen die wordt beschreven is de ‘aron’, de kist waarin de stenen tafelen bewaard moeten worden. Op die ‘aron’ (‘ark’ in het Nederlands) komt een gouden plaat. Deze heet in het Hebreeuws ‘kaporet’. Dat woord heeft dezelfde stam als ‘kipoer’ (verzoening). Daarom spreken veel vertalingen over het ‘verzoendeksel’.
Deze gouden plaat is het voetstuk van twee engelenfiguren, ‘keroevim’. Vaak is dit woord vertaald met ‘cherubs’. Met die vertaling mis je echter het verband met andere woorden die te maken hebben met de tempeldienst. De stam van ‘keroevim’ is ‘krv’. Dat betekent letterlijk ‘nabij’. Deze stam komt ook terug in het woord ‘korvan’, ‘offer’.

Van de keroevim wordt gezegd dat ze het gezicht gericht hebben op de kaporet, het deksel van de aron. De gezichten zijn daarbij naar elkaar toegewend (Exodus 25:20). Op deze wijze zijn de keroevim ook gewoonlijk afgebeeld.
Nu is er nog een beschrijving van de keroevim. Dit betreft de keroevim van de ‘beit hamikdash’ (‘tempel’) van Sjlomo. In 2 Kronieken 3:13 staat dat de keroevim die Sjlomo liet maken met hun gezicht naar de wand stonden.

Eerst een vraag: mag je zomaar een afbeelding van keroevim maken? In de Tien Woorden staat toch dat dat verboden is? Inderdaad, maar de misjkan en de beit hamikdash waren paradoxale plaatsen waar andere regels golden. Je mocht er op sjabbat bijvoorbeeld slachten en vuur maken. Elders mag dat niet. De beit hamikdash was een andere wereld, ergens tussen hemel en aarde. Een afbeelding van engelen maken mocht in dat geval, in opdracht van G’d.

Terug naar de keroevim. Welke kant keken die keroevim nu op? Het makkelijkste antwoord is natuurlijk te zeggen dat de keroevim van Sjlomo gewoon de andere kant op keken dan de oorspronkelijke keroevim. Maar het kan ook anders.
De misjkan was van doek, planken en aarde. Er zijn goede argumenten om aan te nemen dat de misjkan een beschrijving is van een ideale tempel, iets dat je kunt meenemen. De tempel van Sjlomo was van steen en balken. Deze tempel heeft alleen maar tijdelijke waarde, zolang je op dezelfde plaats bent.
Wanneer in de Talmoed (Baba Batra 99a) de vraag gesteld wordt hoe het zit met de gezichten van de keroevim, lijkt de tegenstelling tussen de misjkan en de beit hamikdash mee te spelen. Daarbij wordt een wonderlijk antwoord gegeven. Als het Joodse volk doet wat G’d wil, zo staat er, dan kijken de keroevim naar elkaar. Als zij ongehoorzaam zijn, kijken ze naar buiten. Dit zegt blijkbaar iets over de tijd van Sjlomo.

De Zohar (2:176a), een invloedrijk Joods mystiek commentaar, drukt het nog krachtiger uit: ‘Wee de wereld als de ene keroev zijn gezicht afkeert van de ander, want zie wat er geschreven staat “hun gezichten zijn naar elkaar gekeerd”, als er vrede is in de wereld!’

De keroevim zijn er niet meer en ook het verzoendeksel is weg. Maar wel hebben wij behoefte aan vrede. Laten wij daarom onze eigen gezichten naar elkaar draaien. Vrede kan immers alleen ontstaan wanneer wij de ander echt willen zien en elkaar nabij zijn.

 

Rabbijn dr. Nathan Lopes Cardozo

Rabbijn Albert Ringer is geboren in 1952 in Den Haag. Hij heeft kunstgeschiedenis gestudeerd in Groningen, Amsterdam en Jeruzalem. Daarbij specialiseerde hij zich in vroege synagogale architectuur. Na zijn studie heeft hij gewerkt als software engineer en als geestelijk verzorger bij Defensie en bij Parnassia. In 2008 ontving rabbijn Ringer zijn rabbinale bevoegdheid aan het Levisson Instituut in Amsterdam. Rabbijn Ringer werkt als rabbijn in de Liberaal Joodse Gemeenten te Rotterdam en te Twente.

 

Om verder over na te denken (bijdrage CIS)

  1. Veel woorden die te maken hebben met de tabernakel zijn taalkundig te herleiden tot het Hebreeuwse woord voor ‘nabij’. In hoeverre heeft dit iets te maken met de functie van de tabernakel?
  2. Welke verschillen en overeenkomsten ziet u tussen de tabernakel en de tempel? Zou een van beide bedehuizen ‘beter’ zijn geweest in de ogen van God?
  3. Wat vindt u van de uitleg dat het ‘elkaa in het gezicht zien’ een teken is van een harmonieuze verhouding?
  4. De schrijver van de Hebreeënbrief schrijft ook over de keroevim (Hebreeën 9:5). Waarom zou Hebreeën juist veel nadruk leggen op het feit dat de cherubs op het verzoendeksel staan?
  5. Rabbijn Ringer doet een oproep om de ander te zien. Volgens de Joodse filosoof Levinas kunnen we in de ontmoeting met de Ander (Levinas schreef ‘ander’ consequent met een hoofdletter) iets zien van God. Wat zou Levinas hiermee bedoelen? Herkent u dat in uw eigen geloofsbeleving?
Leesrooster voor deze week

Zaterdag 20 februari  –  Exodus 25:1-14
Zondag 21 februari  –  Exodus 25:15-30
Maandag 22 februari  –  Exodus 25:31-26:6
Dinsdag 23 februari  –  Exodus 26:7-20
Woensdag 24 februari  –  Exodus 26:21-34
Donderdag 25 februari  –  Exodus 26:35-27:8
Vrijdag 26 februari  –  Exodus 27:9-19