De parasja van deze week bestaat voor een groot deel uit een gedetailleerde beschrijving van de kleding van de hogepriester. Daarbij speelt ‘herinneren’ een rol.

Zaterdag 27 februari 2021 – Tetsave

Parasja (Thoralezing): Exodus 27:20-30:10
Haftara (profetenlezing): Ezechiël 43:10-27

Bijdrage van rabbijn Albert Ringer
De efod

“Dan moet u de twee stenen op de schouderstukken van de efod bevestigen, het zijn herinneringsstenen voor de kinderen van Israël. Aharon moet hun namen ter herinnering voor het aangezicht van de Eeuwige op zijn beide schouders dragen”
(Shemot 28:12/Exodus 28:12)

De parasja van deze week bestaat voor een groot deel uit een gedetailleerde beschrijving van de kleding van de hogepriester. Daarbij speelt ‘herinneren’ een rol. Op twee kledingstukken (de twee schouderstukken en het borstschild) zijn stenen (edelstenen en halfedelstenen) vastgemaakt waarin de namen van de twaalf stammen van Israël zijn gegraveerd: ‘Dan moet u de twee stenen op de schouderstukken van de efod (de mantel van de hogepriester) bevestigen, het zijn herinneringsstenen voor de kinderen van Israël. Aharon moet hun namen ter herinnering voor het aangezicht van de Eeuwige op zijn beide schouders dragen’ (Exodus 28:12).

De centrale vraag bij dit vers is: Wie moet zich nu wat herinneren? Moet G’d Zich de kinderen van Israël herinneren? Was Hij ze dan vergeten? Of wordt Aharon opgeroepen om zich heel Israël te herinneren? En zo ja, waarom zou dat dan zijn?

De belangrijke Joodse Bijbelverklaarder Rasji (1040-1105) stelt dat de namen op de stenen staan, opdat G’d Zich de rechtvaardige daden van het volk herinnert. Verschillende andere commentatoren vullen dit aan. De hogepriester draagt de stenen met de namen, opdat G’d onze goede daden voor Zich heeft en ons onze slechte daden vergeeft.

Andere commentatoren, waaronder rabbijn Ja’akov Zvi (1785-1865), verzetten zich tegen deze gedachte. De Eeuwige vergeet toch niet, ook geen goede daden. Het gaat erom dat niet God, maar juist Aharon zich heel Israël herinnert als hij de dienst voor God doet. Hij moet de juiste ‘kawana’ (intentie) hebben bij het uitspreken van de gebeden.

Rationeel gesproken zal Ja’akov Zvi wel gelijk hebben. G’d is immers alwetend; vergeetachtigheid past niet bij ons godsbeeld. Maar misschien is het ondertussen wel onze behoefte om ons lot bij de Eeuwige onder de aandacht te brengen. Herinneringen drukken soms zwaar op de schouders. Door ze bij G’d te brengen, kan Hij misschien helpen ze te dragen.

Rabbijn dr. Nathan Lopes Cardozo

Rabbijn Albert Ringer is geboren in 1952 in Den Haag. Hij heeft kunstgeschiedenis gestudeerd in Groningen, Amsterdam en Jeruzalem. Daarbij specialiseerde hij zich in vroege synagogale architectuur. Na zijn studie heeft hij gewerkt als software engineer en als geestelijk verzorger bij Defensie en bij Parnassia. In 2008 ontving rabbijn Ringer zijn rabbinale bevoegdheid aan het Levisson Instituut in Amsterdam. Rabbijn Ringer werkt als rabbijn in de Liberaal Joodse Gemeenten te Rotterdam en te Twente.

 

Om verder over na te denken (bijdrage CIS)

  1. De betekenis van de ‘namen ter herinnering’ op de efod wordt verschillend uitgelegd. Welke uitleg spreekt u het meeste aan?
  2. Hoe waardeert u de gedachte om goede werken bij God in herinnering te brengen? (vergelijk Jesaja 38:3, Nehemia 5:19 en Nehemia 13:14, 22 en 31)
  3. Volgens rabbijn Ja’akov Zvi vergeet God niet. In hoeverre is volgens u op God het gezegde ‘vergeven en vergeten’ van toepassing?
  4. De efod zou Aäron eraan herinneren, zo stelt rabbijn Zvi, dat hij de juiste intentie heeft bij het uitspreken van de gebeden. Wat vindt u van deze verklaring? Zijn er objecten of handelingen die u persoonlijk helpen om u te kunnen richten op God?
  5. Rabbijn Ringer wijst op de mogelijkheid om moeilijke herinneringen bij God te brengen. Heeft u hiermee ervaring? Hoe waardeert u deze gedachte?
Leesrooster voor deze week

Zaterdag 27 februari  –  Exodus 27:20-28:12
Zondag 28 februari  –  Exodus 28:13-26
Maandag 1 maart  –  Exodus 28:27-43
Dinsdag 2 maart  –  Exodus 29:1-14
Woensdag 3 maart  –  Exodus 29:15-30
Donderdag 4 maart  –  Exodus 29:31-46
Vrijdag 5 maart  –  Exodus 30:1-10